Oude Testament · boek 30 van 66
Amos
Er kan geen eredienst zijn waar recht ontbreekt.
- Genre
- Kleine profeten
- Omvang
- 9 hoofdstukken
- Kernverzen
- Amos 3:7 · Amos 5:14 · Amos 5:24 · Amos 8:11
Waar gaat Amos over?
Amos gaat over Gods recht in een samenleving die rijk en vroom oogt, maar de armen vertrapt. De profeet, een veehouder uit Juda, kondigt het welvarende noordrijk Israël een oordeel aan, en eindigt met de belofte van herstel voor het huis van David.
Amos is geen beroepsprofeet. Hij is veehouder in Juda en wordt weggehaald achter zijn kudde om in het welvarende noordrijk te spreken. Dat maakt hem daar meteen een buitenstaander, en de priester van Bethel stuurt hem prompt terug.
Zijn opening is retorisch briljant. Hij begint met oordeelsspraken over de buurvolken - Damascus, Gaza, Tyrus, Edom, Ammon, Moab - waar zijn gehoor het hartgrondig mee eens zal zijn geweest. Dan Juda. En dan, als iedereen knikt, Israël zelf, met de langste aanklacht van allemaal.
Wat hij aanklaagt is niet afgoderij maar onrecht: de armen worden voor een paar schoenen verkocht, de weegschalen zijn vervalst, en ondertussen draaien de feesten op volle toeren. Zijn beroemdste vers is de weigering van die eredienst: 'laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek'.
Wie schreef Amos?
Amos, een veehouder uit Thekoa in Juda, ten zuiden van Bethlehem. Hij was geen beroepsprofeet, maar werd door God van achter de kudde weggeroepen (7:14-15).
Amos benadrukt zelf dat hij geen profeet of profetenzoon was, maar een herder die ook wilde vijgen verzorgde. Juist als buitenstaander kreeg hij de opdracht in Bethel te spreken, het koninklijk heiligdom van het noordrijk. De priester Amazia beschuldigde hem van samenzwering en stuurde hem terug naar Juda (7:10-17). Het boek bevat zijn woorden en visioenen, en een kort verslag van die botsing. Over zijn verdere leven weten we niets.
Wanneer is Amos geschreven?
Rond 760 v.Chr., in de tijd van koning Uzzia van Juda en koning Jerobeam II van Israël. Het opschrift dateert zijn optreden twee jaar voor de aardbeving (1:1).
Het noordrijk beleefde onder Jerobeam II een late bloei: de grenzen waren hersteld, de handel liep, en de rijken bouwden zomer- en winterhuizen met ivoor (3:15). Tegelijk werden kleine boeren door schulden van hun land verdreven en in rechtszaken aan de kant gezet. De aardbeving uit het opschrift was zo zwaar dat Zacharia er eeuwen later nog aan herinnert (Zacharia 14:5). Binnen veertig jaar na Amos viel Samaria in handen van Assyrië.
Opbouw van Amos
Amos 1-2Oordeel over de volken
Na een inleiding waarin de HEERE brult uit Sion, volgt telkens dezelfde formule van drie overtredingen, ja, vier. Damascus wordt aangeklaagd om wreedheid in de oorlog, Gaza en Tyrus om slavenhandel, Edom om meedogenloosheid tegen zijn broeder. Het zijn misdaden die ook zonder de wet van Mozes herkenbaar zijn. Daarna Juda, omdat het de wet verwerpt, en ten slotte Israël, dat de rechtvaardige voor geld verkoopt.
Amos 3-6Drie aanklachten
Drie keer begint Amos met 'Hoort dit woord'. Israël heeft een bijzondere band met God, en juist daarom wordt het ter verantwoording geroepen. De rijke vrouwen van Samaria laten hun mannen de armen uitknijpen voor hun drinkgelagen. Plagen hebben het volk niet tot inkeer gebracht, en daarom moet het zich klaarmaken om God te ontmoeten (4:12). Wie verlangt naar de dag des HEEREN, krijgt duisternis en geen licht (5:18).
Amos 7-9Vijf visioenen
Twee keer ziet Amos een ramp aankomen, sprinkhanen en vuur, en twee keer pleit hij met succes voor Jakob, want hij is klein. Bij het paslood en de korf met zomervruchten houdt het pleiten op: het einde is gekomen. Tussendoor staat de botsing met Amazia. In het vijfde visioen staat de Heere Zelf bij het altaar. Toch eindigt het boek met hoop: de vervallen hut van David wordt hersteld en het volk wordt nooit meer uit zijn land gerukt.
Kernthema's in Amos
Recht en gerechtigheid
Amos meet een samenleving af aan hoe zij met de zwaksten omgaat. Hij noemt vervalste weegschalen, omgekochte rechters en armen die voor een paar schoenen worden verkocht (2:6; 8:5-6). Recht is voor hem geen bijzaak van het geloof, maar een stroom die niet mag opdrogen (5:24).
Eredienst zonder leven
God zegt dat Hij de feesten, offers en liederen van Israël haat zolang het onrecht doorgaat (5:21-23). Het probleem is niet de eredienst zelf, maar een vroomheid die losstaat van het dagelijks leven. Zoekt Mij, en leeft, zegt God, en niet Bethel of Gilgal (5:4-5).
Uitverkiezing is verantwoordelijkheid
Israël meende dat Gods keuze voor hen een garantie was. Amos draait dat om: van alle geslachten van de aarde heeft God alleen Israël gekend, en daarom zal Hij juist hun ongerechtigheden bezoeken (3:2). Voorrecht maakt de verantwoordelijkheid groter, niet kleiner.
Bekende gedeelten uit Amos
Om drie overtredingen
Amos 1-2Een rondgang langs de buurvolken die eindigt waar de hoorders het niet verwachten: bij Israël zelf.
De koeien van Basan
Amos 4Een scherpe aanklacht tegen de rijke vrouwen van Samaria, en een reeks plagen die geen bekering bewerkten.
Het recht als een stroom
Amos 5:21-24God weigert de feesten en offers van een volk dat het recht laat opdrogen.
Amos en Amazia
Amos 7:10-17De priester van Bethel stuurt de profeet weg; Amos vertelt hoe God hem van achter de kudde riep.
Honger naar het woord
Amos 8:11-12Een hongersnood niet naar brood, maar naar het horen van de woorden van de HEERE.
De hut van David
Amos 9:11-15De belofte van herstel die Jakobus op de vergadering in Jeruzalem aanhaalt.
Amos in het geheel van de Bijbel
Amos is waarschijnlijk een van de oudste schrijvende profeten, en latere profeten klinken als zijn echo: Jesaja en Micha klagen op dezelfde manier het onrecht in Juda aan. Zijn woorden over recht en eredienst staan in één lijn met Psalm 50 en Jesaja 1.
In het Nieuwe Testament haalt Stefanus Amos aan om te laten zien hoe Israël al in de woestijn afgoden diende (Handelingen 7:42-43). Op de vergadering van apostelen en oudsten citeert Jakobus Amos 9:11-12: nu God de vervallen hut van David herstelt, horen ook de heidenen erbij (Handelingen 15:16-17). Christus, de Zoon van David, is Degene in Wie dat herstel begint.
Studievragen bij Amos
Hoe is de opbouw van hoofdstuk 1-2 opgezet, en wat doet die opbouw met de hoorder?
Wat wijst Amos precies af in 5:21-24 - de eredienst zelf of iets anders?
Wat is volgens 8:11 de ergste honger die kan komen?
Amos lezen
Lees hoofdstuk 1 en 2 hardop en voel hoe de spanning oploopt tot de klap bij Israël. Houd bij hoofdstuk 3 tot en met 6 een lijstje bij van concrete misstanden, en vraag je af waar je die in je eigen omgeving terugziet. Lees de vijf visioenen als een reeks: waar houdt Amos op met pleiten, en waarom?