Oude Testament · boek 31 van 66

Obadja

Wie toekijkt bij het onrecht van een ander, is niet onschuldig.

Genre
Kleine profeten
Omvang
1 hoofdstuk
Kernverzen
Obadja 1:3 · Obadja 1:12 · Obadja 1:15

Waar gaat Obadja over?

Obadja gaat over het oordeel over Edom, het broedervolk van Israël, dat leedvermaak had en meeplunderde toen Jeruzalem viel. Het korte boek eindigt met de belofte dat de berg Sion gered wordt en het koningschap aan de HEERE zal zijn.

Obadja telt eenentwintig verzen en is daarmee het kortste boek van het Oude Testament. Het richt zich volledig tegen Edom, het buurvolk dat volgens de overlevering afstamt van Ezau - de broer van Jakob.

De aanklacht is die van medeplichtigheid door toekijken. Toen Jeruzalem viel, stond Edom erbij. Erger: het verheugde zich, sneed vluchtelingen de pas af en plunderde mee. Obadja noemt dat 'geweld tegen uw broeder Jakob'.

Het antwoord is dat Edoms rotsvestingen hem niet zullen redden: 'al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten'. Het boekje eindigt met de omkering - het koninkrijk zal des HEEREN zijn.

Wie schreef Obadja?

Het boek noemt alleen de naam Obadja, die 'dienaar van de HEERE' betekent. Over zijn afkomst en leven vertelt het niets.

In het Oude Testament komen meer dan tien mannen met de naam Obadja voor. De joodse traditie verbond de profeet met de Obadja die als hofmeester van koning Achab profeten van de HEERE verborg (1 Koningen 18), maar het boek zelf geeft daar geen aanwijzing voor. Wat wel duidelijk is: de schrijver stond dicht bij Jeruzalem en haar ramp, en kende de woorden over Edom die ook bij Jeremia staan.

Wanneer is Obadja geschreven?

Waarschijnlijk kort na de verwoesting van Jeruzalem door Babel in 586 v.Chr. Een kleinere groep uitleggers denkt aan een eerdere plundering van Jeruzalem, in de 9e eeuw v.Chr.

Voor de datering na 586 pleit dat Psalm 137:7 en Klaagliederen 4:21-22 Edom hetzelfde verwijten: de Edomieten juichten toen Jeruzalem viel. Voor de vroege datering pleit de plaats van Obadja tussen de oudere profeten Amos en Jona, en de plundering van Jeruzalem onder koning Joram, toen Edom zich van Juda had losgemaakt (2 Kronieken 21). De eerste lezers waren in elk geval Judeeërs die hadden gezien hoe familie een vijand werd.

Opbouw van Obadja

  1. Obadja vers 1-9Edoms hoogmoed

    Een gezant is onder de volken uitgezonden om op te trekken tegen Edom. Edom woont hoog in de rotskloven en denkt dat niemand het naar beneden kan halen. God antwoordt dat Hij het neerhaalt, hoe hoog het ook nestelt. Dieven en druivenplukkers laten nog iets achter, maar Edom wordt helemaal leeggehaald. Zijn bondgenoten keren zich tegen het, en zijn befaamde wijzen verdwijnen.

  2. Obadja vers 10-14Geweld tegen de broeder

    Hier staat de eigenlijke aanklacht. Toen vreemden Jeruzalem binnentrokken, stond Edom erbij alsof het een van hen was. Obadja somt op wat Edom niet had mogen doen: toekijken op de dag van de ramp, zich verblijden, grootspreken, de poort binnengaan, de bezittingen roven, en op de kruispunten vluchtelingen afsnijden en uitleveren. Elk vers is een stap dieper in de medeplichtigheid.

  3. Obadja vers 15-16De dag des HEEREN

    Het oordeel over Edom is onderdeel van iets groters: de dag des HEEREN over alle volken is nabij. Wat Edom deed, komt op zijn eigen hoofd terug. De beker van Gods toorn, waaruit Jeruzalem moest drinken, gaat nu rond onder de volken.

  4. Obadja vers 17-21Het koningschap van de HEERE

    Op de berg Sion zal ontkoming zijn, en het huis van Jakob krijgt zijn erfdeel terug. Jakob wordt een vuur en Ezau stoppels. De ballingen keren terug en nemen het land weer in bezit, tot in het zuiden. Het boek eindigt met verlossers op de berg Sion en met de zin waar alles naartoe werkte: het koningschap zal aan de HEERE zijn.

Kernthema's in Obadja

Medeplichtigheid door toekijken

Edom deed in eerste instantie niets. Het stond erbij, keek toe en verheugde zich. Obadja laat zien dat God ook dat als schuld rekent: wie onrecht ziet gebeuren en er zijn voordeel mee doet, staat aan de kant van de dader (vers 11-14).

Hoogmoed komt voor de val

Edom vertrouwde op zijn onneembare rotsvestingen, op zijn bondgenoten en op zijn wijsheid (vers 3-8). Juist de trots van zijn hart heeft het bedrogen. Geen hoogte is te hoog voor God om een volk vandaan te halen.

Broederschap en vergelding

De broederband tussen Jakob en Ezau maakt de schuld zwaarder (vers 10). Tegelijk geldt een eenvoudig beginsel: wat je een ander aandoet, komt op je eigen hoofd terug (vers 15). God ziet toe op recht tussen volken, ook als niemand anders dat doet.

Bekende gedeelten uit Obadja

  • Tussen de sterren

    Obadja 1:3-4

    Het hoogmoedige Edom denkt onbereikbaar te zijn, maar God haalt het neer, hoe hoog het ook nestelt.

  • Op de dag van de ramp

    Obadja 1:10-14

    Een lijst van wat Edom had moeten laten, van toekijken tot vluchtelingen uitleveren.

  • De dag des HEEREN is nabij

    Obadja 1:15

    Wat Edom anderen aandeed, wordt het zelf aangedaan.

  • Het koninkrijk des HEEREN

    Obadja 1:21

    Het slot van het boek: verlossers op de berg Sion, en een koningschap dat aan God toebehoort.

Obadja in het geheel van de Bijbel

De spanning tussen Jakob en Ezau loopt door de hele Bijbel: van de tweeling die in Rebekka's schoot worstelt (Genesis 25) en Edom dat Israël de doortocht weigert (Numeri 20), tot de profetieën tegen Edom bij Amos, Jeremia en Ezechiël. Obadja 1-9 heeft veel gemeen met Jeremia 49.

Maleachi opent met Gods liefde voor Jakob tegenover Ezau (Maleachi 1:2-3), en Paulus gebruikt die woorden in Romeinen 9 om Gods vrije verkiezing te laten zien. De Edomieten gingen later op in de Idumeeërs, uit wie koning Herodes voortkwam. Het slot van Obadja wijst vooruit naar het koninkrijk dat Christus komt brengen.

Studievragen bij Obadja

  1. Wat verwijt Obadja Edom precies? Maak een lijst van de werkwoorden in vers 11-14.

  2. Waarom weegt de broederrelatie tussen Edom en Israël zo zwaar in de aanklacht?

  3. Wat betekent 'gelijk gij gedaan hebt, zal u gedaan worden' in dit verband?

Obadja lezen

Obadja lees je in vijf minuten. Lees daarna Genesis 25:19-34 en 27 over Jakob en Ezau, en Psalm 137, zodat je voelt waarom Edoms houding zo pijnlijk was. Lees vervolgens vers 10-14 nog eens langzaam en vraag je af waar jij toekijkt terwijl een ander onrecht wordt aangedaan.

Obadja heeft één hoofdstuk

  1. Obadja 1

Of bestudeer alleen Obadja 1

Lees verder na Obadja