Oude Testament · boek 31 van 66
Obadja
Wie toekijkt bij het onrecht van een ander, is niet onschuldig.
- Schrijver
- Obadja; verder onbekend.
- Ontstaanstijd
- Waarschijnlijk kort na de val van Jeruzalem in 586 v.Chr.
- Genre
- Kleine profeten
- Omvang
- 1 hoofdstuk
Waar gaat Obadja over?
Obadja telt eenentwintig verzen en is daarmee het kortste boek van het Oude Testament. Het richt zich volledig tegen Edom, het buurvolk dat volgens de overlevering afstamt van Ezau - de broer van Jakob.
De aanklacht is die van medeplichtigheid door toekijken. Toen Jeruzalem viel, stond Edom erbij. Erger: het verheugde zich, sneed vluchtelingen de pas af en plunderde mee. Obadja noemt dat 'geweld tegen uw broeder Jakob'.
Het antwoord is dat Edoms rotsvestingen hem niet zullen redden: 'al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten'. Het boekje eindigt met de omkering - het koninkrijk zal des HEEREN zijn.
Hoofdlijn van Obadja
- 1Tegen EdomHoogmoed en val, de schuld van het toekijken, en de dag des HEEREN over alle volken.
Kernverzen
- Obadja 1:3
- Obadja 1:12
- Obadja 1:15
Studievragen bij Obadja
Wat verwijt Obadja Edom precies? Maak een lijst van de werkwoorden in vers 11-14.
Waarom weegt de broederrelatie tussen Edom en Israël zo zwaar in de aanklacht?
Wat betekent 'gelijk gij gedaan hebt, zal u gedaan worden' in dit verband?
Lees Obadja online
In de Statenvertaling en drie andere Nederlandse vertalingen, met commentaar en grondtekst ernaast. Een gratis account is genoeg.
Obadja 1 openen