Oude Testament · boek 32 van 66

Jona

Een profeet die vlucht omdat hij bang is dat God genadig zal zijn.

Genre
Kleine profeten
Omvang
4 hoofdstukken
Kernverzen
Jona 1:3 · Jona 2:10 · Jona 3:10 · Jona 4:2

Waar gaat Jona over?

Jona gaat over een profeet die wegvlucht voor Gods opdracht om Ninevé te waarschuwen, en over een God die genadig is voor zeelieden, voor een vijandige stad en voor Jona zelf. Het boek eindigt met Gods vraag of Hij niet bewogen mag zijn met Ninevé.

Jona is het enige profetenboek dat vrijwel geheel verhaal is en waarin de profeet zelf het probleem is. Hij krijgt opdracht naar Ninevé te gaan, de hoofdstad van Assyrië, en gaat de andere kant op.

Wat volgt is een reeks omkeringen. De heidense zeelieden bidden terwijl de profeet slaapt. De vis spuwt hem uit. Ninevé bekeert zich na één zin preek - de kortste en meest succesvolle preek in de Bijbel - tot en met het vee toe.

En dan komt de clou. Jona is woedend, en zegt eindelijk waarom hij vluchtte: 'ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt'. Hij was niet bang dat het oordeel zou komen, maar dat het niet zou komen. Het boek eindigt met een vraag van God over de wonderboom en de honderdtwintigduizend mensen in Ninevé - en Jona's antwoord staat er niet.

Wie schreef Jona?

Het boek noemt geen schrijver en vertelt over Jona in de derde persoon. De hoofdpersoon is Jona, de zoon van Amitthai, die ook in 2 Koningen 14:25 als profeet voorkomt.

Jona kwam uit Gath-Hefer in Galilea en had onder koning Jerobeam II een gunstige profetie voor Israël uitgesproken. Veel orthodoxe uitleggers nemen aan dat hij, of iemand uit zijn kring, zijn eigen verhaal heeft laten optekenen, inclusief zijn eigen falen. Anderen denken aan een latere, anonieme schrijver die het verhaal van de profeet uit de koningentijd vertelde voor een nieuwe generatie.

Wanneer is Jona geschreven?

Dat is onzeker. Jona trad op rond 780-750 v.Chr., en wie hem of zijn kring als schrijver ziet, dateert het boek in de 8e eeuw v.Chr. Veel moderne uitleggers denken aan de tijd na de ballingschap.

Het verhaal speelt in de tijd dat Assyrië opkwam als grootmacht. Ninevé was een van de grote steden van dat rijk, dat in 722 v.Chr. Samaria zou verwoesten, en werd later de hoofdstad ervan. Dat maakt Jona's weerzin begrijpelijk: hij moest genade verkondigen aan de vijand van zijn volk. Voor lezers na de ballingschap, die zelf leerden leven tussen de volken, stelde het boek een scherpe vraag: gunnen wij Gods barmhartigheid ook aan anderen?

Opbouw van Jona

  1. Jona 1De vlucht

    God stuurt Jona naar Ninevé, maar hij gaat naar de havenstad Jafo en neemt een schip naar Tarsis, zo ver mogelijk de andere kant op. Een zware storm steekt op. De heidense zeelieden roepen ieder tot hun eigen god, terwijl Jona benedendeks in slaap is gevallen. Het lot wijst hem aan; hij belijdt dat hij de God van hemel, zee en droge aarde vreest, en laat zich overboord werpen. De zee wordt stil, en de zeelieden vrezen de HEERE.

  2. Jona 2Het gebed

    Een grote vis, door God beschikt, slokt Jona op, en drie dagen en drie nachten zit hij in zijn buik. Daar bidt hij een psalm vol woorden uit andere psalmen: hij zinkt weg in de diepte en de wateren omringen hem, maar God haalt zijn leven op uit het verderf. Het gebed eindigt met de belijdenis dat het heil van de HEERE is. Daarna spuwt de vis Jona uit op het droge.

  3. Jona 3Ninevé

    God spreekt Jona een tweede keer aan, en nu gaat hij wel. Ninevé is een zeer grote stad, drie dagreizen groot. Na één dag lopen roept Jona zijn boodschap: nog veertig dagen, dan wordt Ninevé omgekeerd. De inwoners geloven God, van groot tot klein roepen zij een vasten uit, en de koning zelf zit in zak en as. God ziet hun werken en ziet af van het kwaad dat Hij had aangekondigd.

  4. Jona 4De boze profeet

    Jona wordt kwaad en zegt dat hij dit al had gevreesd, en dat hij liever sterft. Buiten de stad wacht hij af wat er gebeurt. God laat een wonderboom opschieten die hem schaduw geeft, en de volgende ochtend een worm die de plant doet verdorren. Jona heeft medelijden met een plant waarvoor hij niets heeft gedaan. Zou God dan geen medelijden hebben met een stad vol mensen, en ook veel vee?

Kernthema's in Jona

Gods barmhartigheid voor de volken

Het boek laat heidenen zien die beter reageren dan de profeet: zeelieden die de HEERE vrezen en een stad die zich bekeert. God is geen stamgod van Israël, maar de Schepper van zee en land, die bewogen is met de mensen van Ninevé die hun rechterhand niet van hun linker kennen (4:11).

De onwillige dienaar

Jona gehoorzaamt pas na een storm en een vis, en ook dan met tegenzin. Het boek toont eerlijk hoe een gelovige Gods genade voor zichzelf kan aannemen en haar een ander kan misgunnen. De slotvraag van God laat Jona, en de lezer, geen ontsnappingsroute.

Bekering en Gods berouw

Ninevé hoort geen belofte, alleen een aankondiging van oordeel, en toch bekeert het zich in de hoop dat God Zich zal wenden (3:9). God ziet hun werken en doet het kwaad niet. Oordeelsprofetie is in de Bijbel vaak een uitnodiging tot bekering (vergelijk Jeremia 18:7-8).

Bekende gedeelten uit Jona

  • Storm op zee

    Jona 1

    Een profeet op de vlucht, een storm die het schip dreigt te breken, en heidenen die de HEERE leren vrezen.

  • Het gebed uit de vis

    Jona 2

    Een psalm uit de diepte, eindigend met de belijdenis: 'Het heil is des HEEREN'.

  • Ninevé bekeert zich

    Jona 3

    Een korte waarschuwing, en een hele stad die vast, van de koning tot het vee.

  • Genadig en barmhartig

    Jona 4:2

    Jona citeert, verbitterd, de mooiste belijdenis over God uit Exodus 34.

  • De wonderboom

    Jona 4:6-11

    Een plant, een worm en Gods slotvraag, als les over ontferming.

Jona in het geheel van de Bijbel

Jezus noemt het teken van Jona het enige teken dat aan Zijn ongelovige tijdgenoten gegeven wordt: zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de vis was, zo zal de Zoon des mensen in het hart van de aarde zijn (Mattheüs 12:39-41). Jona wordt zo een voorafschaduwing van Christus' dood en opstanding. Jezus voegt eraan toe dat de mannen van Ninevé in het oordeel zullen opstaan, omdat zij zich bekeerden, en dat Hij meer is dan Jona.

Het boek wijst ook vooruit naar de zending onder de volken. In Joppe, dezelfde havenstad waar Jona een schip zocht, moest Petrus leren dat God ook heidenen aanneemt (Handelingen 10).

Studievragen bij Jona

  1. Waarom vlucht Jona? Het antwoord staat pas in 4:2 - wat doet dat met je lezing van hoofdstuk 1?

  2. Vergelijk het gedrag van de heidenen (zeelieden, Ninevieten) met dat van de profeet.

  3. Het boek eindigt met een onbeantwoorde vraag. Aan wie is die vraag eigenlijk gesteld?

Jona lezen

Lees het boek in één keer; het is kort en spannend geschreven. Let op hoe vaak God iets beschikt: een vis, een wonderboom, een worm, een wind. Vergelijk daarna Jona's gebed in hoofdstuk 2 met zijn gebed in hoofdstuk 4. Wat is er veranderd, en wat niet? Eindig met Gods slotvraag en beantwoord die voor jezelf.

De 4 hoofdstukken van Jona

  1. Jona 1
  2. Jona 2
  3. Jona 3
  4. Jona 4

Of bestudeer alleen Jona 1

Lees verder na Jona