Oude Testament · boek 29 van 66
Joël
Een sprinkhanenplaag als voorbode van de dag des HEEREN - en de uitstorting van de Geest.
- Genre
- Kleine profeten
- Omvang
- 3 hoofdstukken
- Kernverzen
- Joël 2:13 · Joël 2:25 · Joël 2:28-29
Waar gaat Joël over?
Joël gaat over een verwoestende sprinkhanenplaag, die de profeet leest als waarschuwing voor de dag des HEEREN. Hij roept het volk op tot oprechte bekering en belooft daarna herstel, de uitstorting van Gods Geest en oordeel over de volken.
Joël begint met een ramp die iedereen kan zien: een sprinkhanenplaag heeft het land kaalgevreten. Vier soorten sprinkhanen worden genoemd, laag na laag, tot er niets meer over is. De priesters kunnen geen spijsoffer meer brengen omdat er geen graan is.
De profeet gebruikt die ramp als venster. Wat je nu ziet, zegt hij, is een voorproefje van de dag des HEEREN - een dag die niet vanzelf gunstig is, ook niet voor Israël. Zijn oproep is een nationale vastendag: 'scheurt uw hart en niet uw klederen'.
Het slot van hoofdstuk 2 bevat de belofte die Petrus op de Pinksterdag aanhaalt: God zal Zijn Geest uitstorten op alle vlees, en zonen en dochters, oude en jonge mensen, dienstknechten en dienstmaagden zullen profeteren. Voor het Nieuwe Testament is dit gedeelte het antwoord op de vraag wat er in Handelingen 2 gebeurt.
Wie schreef Joël?
Joël, de zoon van Pethuël (1:1). Buiten die ene regel vertelt het boek niets over hem.
De naam Joël betekent 'de HEERE is God'. Er komen in het Oude Testament meer mannen met die naam voor, maar geen van hen is met de profeet te verbinden. Uit het boek blijkt wel dat hij thuis was in Jeruzalem en de tempeldienst: hij spreekt de priesters rechtstreeks aan (1:13) en roept op tot een plechtige samenkomst in het huis van de HEERE. Opvallend is dat hij nergens een koning noemt.
Wanneer is Joël geschreven?
Dat is onzeker, want het boek noemt geen koning of jaartal. Sommigen denken aan de 9e eeuw v.Chr., in de tijd van de jonge koning Joas; veel moderne uitleggers aan de tijd na de ballingschap, in de 5e of 4e eeuw v.Chr.
Voor een vroege datering pleit dat de genoemde vijanden Tyrus, Sidon, de Filistijnen, Egypte en Edom zijn, en niet Assyrië of Babel, en dat Joël in de Hebreeuwse volgorde van de twaalf kleine profeten tussen Hosea en Amos staat. Voor een late datering pleit dat priesters en oudsten het volk leiden en dat de Grieken als slavenhandelaars genoemd worden. Voor de uitleg maakt het weinig verschil: de plaag en de oproep tot bekering spreken voor zich.
Opbouw van Joël
Joël 1De plaag
Joël vraagt de oudsten of zoiets ooit eerder is gebeurd: zwerm na zwerm sprinkhanen heeft wijnstok, vijgenboom en graan opgevreten. Dronkaards missen hun wijn, boeren hun oogst, de tempel zijn spijsoffer en drankoffer. Zelfs het vee loopt verward rond. De profeet roept iedereen op tot rouw, vasten en een roep om hulp tot de HEERE, want de dag des HEEREN is nabij.
Joël 2De dag des HEEREN
De bazuin moet klinken op Sion: een leger trekt op, als paarden en ruiters, onstuitbaar en in volmaakte orde, en de HEERE Zelf voert het aan. Toch is het nog niet te laat. Wie zich van harte bekeert, ontmoet een God die genadig is. Dan keert het tij: God ijvert voor Zijn land en belooft te vergoeden wat verloren ging. In de Statenvertaling eindigt dit hoofdstuk met de belofte van de Geest (2:28-32).
Joël 3Het oordeel over de volken
Na de belofte van de Geest volgt een aankondiging van oordeel. God verzamelt de volken in het dal van Josafat en rekent af met wie Zijn volk verstrooide en verkocht. De volken worden uitgedaagd hun spaden tot zwaarden te smeden, maar het is Gods oordeel dat komt. Het boek eindigt met bergen die druipen van most, een bron uit het huis van de HEERE, en God die woont op Sion.
Kernthema's in Joël
De dag des HEEREN
Voor Joël is de dag des HEEREN geen vanzelfsprekend feest voor Israël. Het is de dag waarop God ingrijpt, en die dag is groot en zeer vreselijk (2:11). Een ramp in het heden maakt zichtbaar wat die dag zal zijn, en roept op om nu al klaar te staan.
Bekering van het hart
Uiterlijke rouw volstaat niet. God vraagt een terugkeer naar Hem met het hele hart, omdat Hij genadig en barmhartig is, lankmoedig en groot van goedertierenheid (2:12-13). Het is dezelfde beschrijving die God van Zichzelf gaf aan Mozes (Exodus 34:6).
De Geest voor iedereen
In Israël kregen vooral profeten, priesters en koningen de Geest. Joël belooft een uitstorting over alle vlees: mannen en vrouwen, jong en oud, vrij en slaaf (2:28-29). Rang of stand maakt dan geen verschil meer voor wie God Zijn Geest geeft.
Bekende gedeelten uit Joël
De sprinkhanenplaag
Joël 1Een land dat is kaalgevreten, en een volk dat wordt opgeroepen om wakker te worden, te rouwen en te vasten.
Bekeert u tot Mij met uw ganse hart
Joël 2:12-17De oproep tot bekering, met priesters die tussen het voorhuis en het altaar wenen om het volk.
De jaren die de sprinkhaan at
Joël 2:25God belooft terug te geven wat verloren ging, een belofte die veel gelovigen persoonlijk tot troost is geworden.
De uitstorting van de Geest
Joël 2:28-32De belofte die Petrus op de Pinksterdag aanhaalt: wie de Naam van de HEERE aanroept, zal behouden worden.
Het dal van Josafat
Joël 3Het oordeel over de volken, en een bron die opwelt uit het huis van de HEERE.
Joël in het geheel van de Bijbel
Joël staat op een kruispunt van de profeten. Zijn beschrijving van God in 2:13 gaat terug op Exodus 34 en keert terug bij Jona (Jona 4:2). De woorden over de HEERE die brult uit Sion delen Joël en Amos (Joël 3:16; Amos 1:2), en het beeld van spaden die zwaarden worden, is de omkering van Jesaja 2 en Micha 4.
In Handelingen 2 legt Petrus uit dat wat de menigte ziet, de vervulling is van wat door de profeet Joël gezegd is. Paulus gebruikt Joël 2:32 om te laten zien dat er geen onderscheid is tussen Jood en Griek: ieder die de Naam van de Heere aanroept, zal zalig worden (Romeinen 10:12-13). Door de uitstorting van de Geest maakt de opgestane Christus Joëls belofte waar.
Studievragen bij Joël
Wat bedoelt Joël met 'scheurt uw hart en niet uw klederen'?
Lees Handelingen 2:16-21 naast Joël 2:28-32. Wat neemt Petrus over, en wat laat hij staan?
Wat betekent de belofte dat God de jaren vergoedt die de sprinkhaan heeft afgegeten?
Joël lezen
Joël is in een kwartier uit. Lees het eerst in één keer en let op de wending in 2:18, waar het boek omslaat van klacht naar belofte. Lees daarna Handelingen 2 ernaast. Kom je een moderne vertaling met Hebreeuwse telling tegen: de verzen 2:28-32 heten daar hoofdstuk 3, en hoofdstuk 3 heet daar hoofdstuk 4.