Oude Testament · boek 9 van 66
1 Samuël
Israël vraagt om een koning als de andere volken, en krijgt eerst Saul en dan David.
- Genre
- Geschiedenis
- Omvang
- 31 hoofdstukken
- Kernverzen
- 1 Samuël 2:1-10 · 1 Samuël 8:7 · 1 Samuël 15:22 · 1 Samuël 16:7
Waar gaat 1 Samuël over?
1 Samuël gaat over de overgang van de tijd van de richters naar het koningschap in Israël. Het vertelt over de profeet Samuël, over Saul als eerste koning die door ongehoorzaamheid wordt verworpen, en over de jonge David die gezalfd wordt en moet vluchten.
1 Samuël is het scharnier tussen de richters en het koningschap. Het begint klein: een kinderloze vrouw, Hanna, die in Silo zo hartstochtelijk bidt dat de priester haar voor dronken aanziet. Haar zoon Samuël wordt de laatste richter en de profeet die twee koningen zal zalven.
Het volk vraagt om een koning 'gelijk al de volken'. Samuël waarschuwt precies wat dat gaat kosten - dienstplicht, belasting, onteigening - en het volk wil het toch. Saul begint veelbelovend en loopt vast op ongehoorzaamheid; het oordeel in 15:22 is de scherpste zin van het boek: 'zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer'.
Daarna verschuift het licht naar David: gezalfd als jongste zoon, held tegen Goliath, en vervolgens jarenlang opgejaagd door de koning die hij twee keer had kunnen doden en twee keer spaart. Het boek eindigt met Sauls dood op de Gilboa, en met David nog niet op de troon.
Wie schreef 1 Samuël?
1 Samuël is anoniem. De joodse traditie zegt dat Samuël het begin schreef en dat de profeten Nathan en Gad het werk voltooiden, met een beroep op 1 Kronieken 29:29.
Samuël kan het boek niet helemaal zelf geschreven hebben: zijn dood wordt al in 25:1 vermeld. De opmerking dat Ziklag tot op dezen dag aan de koningen van Juda toebehoort (27:6), veronderstelt dat Juda al eigen koningen had, dus na de scheuring van het rijk. In de Hebreeuwse Bijbel vormen 1 en 2 Samuël één boek; de splitsing komt uit de Griekse vertaling. Moderne onderzoekers zien er een samenstelling in van oudere verhalen, zoals een verhaal over de ark en een verhaal over Davids opkomst.
Wanneer is 1 Samuël geschreven?
De gebeurtenissen spelen ongeveer tussen 1100 en 1010 v.Chr. Conservatieve uitleggers laten het boek kort na de scheuring van het rijk (rond 930 v.Chr.) zijn vorm krijgen; veel critici denken aan een eindredactie in de 7e of 6e eeuw v.Chr.
Israël werd in deze tijd bedreigd door de Filistijnen, die de kustvlakte beheersten en het smeden van ijzer in handen hielden (13:19-22). Het heiligdom stond in Silo, bij de ark, tot die in de strijd verloren ging. De roep om een koning kwam dus niet uit de lucht vallen: het volk wilde een aanvoerder die voor hen uit ten strijde trok (8:20). De vraag van het boek is of die koning Gods koningschap zou erkennen of vervangen.
Opbouw van 1 Samuël
1 Samuël 1-7Samuël
Hanna, onvruchtbaar en gekrenkt, bidt in Silo om een zoon en belooft hem aan de HEERE. Haar lofzang bezingt de God die nederigen verhoogt. De jonge Samuël hoort 's nachts Gods stem, terwijl het huis van Eli ten onder gaat aan de zonden van zijn zonen. De ark wordt door de Filistijnen buitgemaakt, maar brengt hun alleen rampen. Bij Eben-Haëzer belijdt Samuël: 'Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen' (7:12).
1 Samuël 8-15Saul
De oudsten vragen om een koning, en God zegt tegen Samuël dat het volk niet hem, maar God als Koning verwerpt (8:7). Toch geeft Hij hun een koning. Saul, lang en knap, wordt in het geheim gezalfd en bevrijdt Jabes in Gilead. Maar bij Gilgal brengt hij zelf het offer omdat Samuël te lang wegblijft, en na de strijd tegen Amalek spaart hij wat vernietigd moest worden. God verwerpt hem als koning.
1 Samuël 16-20David gezalfd
Samuël zalft in Bethlehem de jongste zoon van Isaï, de herder die niemand had meegeteld. David komt aan het hof als harpspeler voor de gekwelde Saul en verslaat Goliath in de naam van de HEERE der heirscharen. Het volk bejubelt hem, Saul wordt jaloers en probeert hem te doden. Jonathan, de kroonprins, sluit een verbond van vriendschap met David en waarschuwt hem met pijlen in het veld dat hij moet vluchten.
1 Samuël 21-31David op de vlucht
David leeft jarenlang als voortvluchtige, eerst in de spelonk van Adullam met een groep verschoppelingen, later zelfs bij de Filistijnen. Twee keer heeft hij Saul in zijn macht en spaart hij hem, omdat hij de gezalfde van de HEERE niet wil aanraken. Abigaïl weerhoudt hem van bloedvergieten. Saul raadpleegt ten einde raad een waarzegster in Endor en sneuvelt met zijn zonen op de Gilboa.
Kernthema's in 1 Samuël
God ziet het hart
Het koningschap draait in dit boek niet om uiterlijk of kracht. Saul steekt met zijn schouders boven iedereen uit (9:2), maar bij de zalving van David zegt God dat de mens aanziet wat voor ogen is, en de HEERE het hart (16:7). Daardoor worden kleine en onverwachte mensen de hoofdpersonen: Hanna, Samuël, David.
Gehoorzamen is beter dan offeren
Saul verliest zijn koningschap niet door gebrek aan godsdienst, maar door selectieve gehoorzaamheid. Hij offert wel, maar doet niet wat God zei. Samuëls antwoord is scherp: 'gehoorzamen is beter dan slachtoffer' (15:22). Uiterlijke vroomheid vervangt geen hart dat luistert.
Gods Koning en de koning van Israël
De vraag om een koning is een verwerping van God als Koning (8:7), en toch zet God het koningschap in voor Zijn plan. Hanna profeteert al over Gods Gezalfde (2:10), nog voordat Israël een koning heeft. Een koning regeert in dit boek alleen goed als hij zelf onder God buigt.
Bekende gedeelten uit 1 Samuël
Het gebed en de lofzang van Hanna
1 Samuël 1-2Een kinderloze vrouw stort haar hart uit voor God en zingt later van de God die armen uit het stof opricht.
De roeping van Samuël
1 Samuël 3Spreek, want Uw knecht hoort: een jongen leert in de nacht Gods stem herkennen.
Het volk wil een koning
1 Samuël 8De vraag om een koning zoals alle volken hebben, en Samuëls waarschuwing wat dat gaat kosten.
De zalving van David
1 Samuël 16De jongste zoon wordt bij de schapen weggehaald, en God kiest juist hem.
David en Goliath
1 Samuël 17Een herdersjongen met een slinger tegenover een gepantserde reus, in de naam van de God die Goliath had gehoond.
David spaart Saul
1 Samuël 24In een spelonk bij En-Gedi snijdt David alleen een slip van Sauls mantel af, en zelfs dat knaagt aan zijn geweten.
1 Samuël in het geheel van de Bijbel
1 Samuël verbindt de tijd van de richters met die van de koningen. Samuël is de laatste richter en de eerste in een lange rij profeten die koningen aanspreken. Verschillende psalmen horen volgens hun opschrift bij deze periode, zoals Psalm 34, 52, 54, 56, 57 en 59, uit de tijd dat David op de vlucht was.
In het Nieuwe Testament klinkt de lofzang van Hanna door in die van Maria (Lukas 1:46-55): beiden bezingen de God die machtigen onttroont en nederigen verhoogt. Jezus beroept Zich op David, die in nood de toonbroden at (Markus 2:25-26). Paulus vat de geschiedenis samen met Gods woord dat Hij in David een man naar Zijn hart vond (Handelingen 13:22). David, de gezalfde uit Bethlehem, wijst vooruit naar de grote Zoon van David.
Studievragen bij 1 Samuël
Lees het lied van Hanna (2:1-10) en vergelijk het met het Magnificat in Lukas 1. Wat valt op?
Wat zegt Samuël dat een koning gaat doen (hoofdstuk 8), en klopt dat later?
David spaart Saul twee keer. Wat is zijn motief, en wat zegt dat over hoe hij het koningschap ziet?
1 Samuël lezen
Lees 1 Samuël als drie levensverhalen die in elkaar grijpen: Samuël, Saul en David. Houd bij elk personage bij hoe het omgaat met Gods woord. Het boek leest als een roman, dus neem grotere stukken tegelijk, bijvoorbeeld hoofdstuk 16 tot en met 20 in één keer. Lees de psalmen uit Davids vluchttijd naast de hoofdstukken waar ze bij horen.
De 31 hoofdstukken van 1 Samuël
- 1 Samuël 1
- 1 Samuël 2
- 1 Samuël 3
- 1 Samuël 4
- 1 Samuël 5
- 1 Samuël 6
- 1 Samuël 7
- 1 Samuël 8
- 1 Samuël 9
- 1 Samuël 10
- 1 Samuël 11
- 1 Samuël 12
- 1 Samuël 13
- 1 Samuël 14
- 1 Samuël 15
- 1 Samuël 16
- 1 Samuël 17
- 1 Samuël 18
- 1 Samuël 19
- 1 Samuël 20
- 1 Samuël 21
- 1 Samuël 22
- 1 Samuël 23
- 1 Samuël 24
- 1 Samuël 25
- 1 Samuël 26
- 1 Samuël 27
- 1 Samuël 28
- 1 Samuël 29
- 1 Samuël 30
- 1 Samuël 31