Oude Testament · boek 35 van 66
Habakuk
Hoe kan een rechtvaardige God een erger volk gebruiken om een slecht volk te straffen?
- Genre
- Kleine profeten
- Omvang
- 3 hoofdstukken
- Kernverzen
- Habakuk 1:13 · Habakuk 2:4 · Habakuk 2:20 · Habakuk 3:17-18
Waar gaat Habakuk over?
Habakuk gaat over een profeet die met God in gesprek gaat over onrecht. Hij vraagt waarom God zwijgt en waarom Hij de wrede Chaldeeën inzet, en leert dat de rechtvaardige door zijn geloof leeft, ook als alles tegenzit.
Habakuk is uniek onder de profeten omdat hij niet tot het volk spreekt maar tot God, en met een klacht. Hoe lang moet hij nog roepen over het geweld in Juda voordat er iets gebeurt?
Gods antwoord maakt het erger: Hij verwekt de Chaldeeën. Habakuk kaatst terug met de vraag die het boek beroemd heeft gemaakt - hoe kan God zwijgen als de goddeloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij? Dan gaat hij op de wachttoren staan om te zien wat er wordt geantwoord.
Het antwoord bevat de zin die Paulus twee keer en Hebreeën één keer citeert: 'de rechtvaardige zal door zijn geloof leven'. En het boek eindigt met een lied dat het geloof pijnlijk concreet maakt: al zou de vijgenboom niet bloeien en het vee uit de stal verdwijnen, 'zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen'.
Wie schreef Habakuk?
Het boek is van de profeet Habakuk (1:1; 3:1). Over zijn persoon en afkomst vertelt de Bijbel verder niets.
Het derde hoofdstuk heeft muzikale aanwijzingen, zoals 'Sela' en een opdracht aan de opperzangmeester. Daarom denken sommigen dat Habakuk bij de tempelzang betrokken was, maar dat blijft een vermoeden. Een latere joodse legende, in een toevoeging aan het boek Daniël, laat hem eten brengen naar Daniël in de leeuwenkuil. Dat verhaal hoort niet bij de Bijbel en zegt niets betrouwbaars over de profeet. Het boek zelf toont een man die eerlijk worstelt en toch blijft vertrouwen.
Wanneer is Habakuk geschreven?
Waarschijnlijk kort voor 605 v.Chr., toen Babel onder Nebukadnezar de grote macht in het Midden-Oosten werd. God kondigt aan dat Hij de Chaldeeën laat opkomen (1:6).
Assyrië was in 612 v.Chr. gevallen, en in 605 v.Chr. versloeg Babel de Egyptenaren bij Karchemis. In Juda was de godvrezende koning Josia gesneuveld (609 v.Chr.) en regeerde zijn zoon Jojakim, die de hervormingen liet varen. Veel uitleggers verbinden de klacht over geweld en krom recht (1:2-4) met die jaren. De eerste lezers zagen de Babylonische dreiging naderen die in 586 v.Chr. zou uitlopen op de verwoesting van Jeruzalem.
Opbouw van Habakuk
Habakuk 1Twee klachten
Habakuk opent met een noodkreet: hoe lang nog? Hij ziet geweld, twist en een wet die krachteloos is geworden. Gods antwoord schokt hem: Hij laat de Chaldeeën opkomen, een snel en meedogenloos volk. Dat roept een tweede, nog scherpere vraag op. Hoe kan de Heilige, wiens ogen te rein zijn om het kwade te zien, toezien hoe de goddeloze de rechtvaardiger verslindt?
Habakuk 2Het antwoord
De profeet gaat op zijn wachttoren staan en wacht. God laat het visioen duidelijk opschrijven en belooft dat het op de bestemde tijd komt, ook als het lijkt te talmen. Dan volgt het beslissende onderscheid tussen de hoogmoedige en de rechtvaardige. Vijf keer klinkt 'wee' over een macht die rooft, uitbuit en afgoden vereert, en het hoofdstuk eindigt in stilte voor God in Zijn heilige tempel.
Habakuk 3Het gebed
Habakuk bidt dat God Zijn werk levend maakt en in de toorn aan ontferming denkt. Daarna beschrijft hij Gods komst in beelden die herinneren aan de uittocht en de Sinaï: bergen schudden, zon en maan staan stil, God trekt uit om Zijn volk te verlossen. De profeet beeft, maar besluit rustig te wachten, en eindigt met een van de sterkste geloofsbelijdenissen van het Oude Testament.
Kernthema's in Habakuk
Eerlijk klagen voor God
Habakuk neemt zijn vragen mee naar God zelf, in plaats van erover te zwijgen of zich van Hem af te keren (1:2; 1:12-13). Het boek laat zien dat klagen een vorm van geloof kan zijn: wie tot God klaagt, rekent er nog op dat Hij antwoordt.
Leven door geloof
Het kernwoord staat in 2:4: 'de rechtvaardige zal door zijn geloof leven'. In Habakuk betekent dat volhardend vertrouwen op Gods woord terwijl de vervulling nog uitblijft (2:3). Paulus gebruikt het vers om te laten zien dat een mens voor God rechtvaardig wordt door het geloof (Romeinen 1:17; Galaten 3:11).
God regeert over de volken
Babel lijkt onstuitbaar, maar de vijf weeroepen (2:6-20) maken duidelijk dat ook deze wereldmacht onder Gods oordeel valt. De hele aarde zal Gods heerlijkheid leren kennen (2:14). Afgoden zijn stom; de HEERE is in Zijn heiligen tempel (2:18-20).
Bekende gedeelten uit Habakuk
Hoe lang nog?
Habakuk 1:2-4De openingsklacht over geweld en krom recht, een gebed dat veel gelovigen in moeilijke tijden hebben meegebeden.
Op de wachttoren
Habakuk 2:1-4Wachten op Gods antwoord, het visioen dat opgeschreven moet worden, en de rechtvaardige die door zijn geloof leeft.
Vol van Gods heerlijkheid
Habakuk 2:14Midden in de weeroepen een wereldwijde belofte: de aarde vol kennis van de HEERE, zoals het water de zee bedekt.
Zwijg voor Zijn aangezicht
Habakuk 2:20'De HEERE is in Zijn heiligen tempel': een vers dat vaak gebruikt wordt als opening van de eredienst.
Toch vreugde
Habakuk 3:17-19Geen vijgen, geen druiven, geen vee, en toch blijdschap in God, die de voeten maakt als die van een hinde.
Habakuk in het geheel van de Bijbel
Habakuk 2:4 is een van de meest invloedrijke verzen uit het Oude Testament. Paulus bouwt er zijn uitleg van het evangelie op (Romeinen 1:17; Galaten 3:11), en Hebreeën 10:37-38 citeert 2:3-4 om lijdende gelovigen tot volharding op te roepen. Voor Maarten Luther werd juist Romeinen 1:17 de sleutel tot het evangelie van genade, zodat dit kleine profetenboek een rechtstreekse lijn heeft naar de Reformatie.
Ook Handelingen 13:41 haalt Habakuk aan (1:5), als waarschuwing aan wie Gods werk niet wil geloven. Het boek wijst vooruit naar Christus, in wie Gods gerechtigheid en Gods ontferming samenkomen, en naar de dag waarop de aarde vol is van Zijn heerlijkheid.
Studievragen bij Habakuk
Hoe stelt Habakuk zijn vragen? Let op de toon - is dit ongeloof of geloof?
Wat betekent 'door zijn geloof leven' in de context van Habakuk 2, en wat maakt Paulus ervan in Romeinen 1:17?
Wat is er zo radicaal aan de vreugde in 3:17-18?
Habakuk lezen
Lees Habakuk als een gesprek en noteer steeds wie er aan het woord is: de profeet of God. Lees 1:2-4 en 1:12-17 als twee gebeden en 2:2-20 als het antwoord. Lees hoofdstuk 3 hardop, als een psalm. Wie zelf in een moeilijke tijd zit, kan beginnen bij 3:17-19 en dan terugwerken naar de vragen waaruit dat lied is voortgekomen.