Oude Testament · boek 17 van 66

Esther

God wordt niet genoemd en is overal: een dreigende genocide loopt uit op Purim.

Genre
Geschiedenis
Omvang
10 hoofdstukken
Kernverzen
Esther 4:14 · Esther 4:16 · Esther 6:1 · Esther 9:22

Waar gaat Esther over?

Esther gaat over een Joodse vrouw die koningin van Perzië wordt en haar volk redt van een plan om alle Joden uit te roeien. Het boek verklaart het ontstaan van het Purimfeest en laat zien hoe God Zijn volk bewaart, ook als Zijn naam niet genoemd wordt.

Esther is het enige bijbelboek waarin God niet één keer wordt genoemd. Geen gebed dat verhoord wordt, geen profeet, geen wonder. En juist daardoor is het een van de scherpste boeken over voorzienigheid die er zijn.

Het verhaal speelt aan het hof van Ahasveros in Susan. Een Joods meisje wordt koningin zonder dat haar afkomst bekend is. Haman, de hoogste rijksbestuurder, raakt gekrenkt door Mordechai en zet daarop een decreet in gang om alle Joden in het rijk te doden. Mordechai's woorden aan Esther - 'wie weet of gij niet om zulken tijd als deze tot dit koninkrijk geraakt zijt' - laten precies de ruimte open die het hele boek kenmerkt.

De ontknoping bestaat uit een reeks omkeringen: een slapeloze nacht, een verkeerd begrepen vraag, een galg die de bouwer zelf treft. Het feest van Purim, dat het jodendom tot vandaag viert, komt hier vandaan.

Wie schreef Esther?

Het boek Esther is anoniem. De joodse traditie noemt Mordechai of de mannen van de Grote Synagoge als schrijvers; zeker is alleen dat de schrijver het Perzische hof goed kende.

Volgens 9:20 schreef Mordechai deze geschiedenissen op en stuurde hij brieven aan de Joden in alle landschappen, maar dat gaat over de instelling van Purim en niet noodzakelijk over het hele boek. De schrijver kent Perzische titels, gebruiken en paleisdetails, en verwijst naar het boek der kronieken der koningen van Medië en Perzië (10:2). Hij schrijft met veel gevoel voor ironie en laat God opvallend ongenoemd.

Wanneer is Esther geschreven?

De gebeurtenissen spelen onder koning Ahasveros, meestal vereenzelvigd met Xerxes I (486-465 v.Chr.). Het boek is na diens regering geschreven, vermoedelijk in de late 5e of de 4e eeuw v.Chr.; anderen denken aan de 3e eeuw.

Niet alle Joden waren na het bevel van Kores teruggekeerd. Velen woonden verspreid over de honderdzevenentwintig landschappen van het Perzische rijk, van India tot Ethiopië (1:1), als minderheid onder een vreemde vorst. Het verhaal speelt in de hoofdstad Susan, tussen de terugkeer onder Zerubbabel en die onder Ezra. Voor Joden in de verstrooiing was Esther een bemoediging: ook ver van Jeruzalem valt hun lot niet buiten Gods hand.

Opbouw van Esther

  1. Esther 1-2Aan het hof

    Ahasveros houdt een feest van een half jaar en daarna een maaltijd van zeven dagen. Koningin Vasthi weigert zich op zijn bevel aan de gasten te tonen en wordt afgezet. Bij de zoektocht naar een nieuwe koningin wordt Esther gekozen, die op aanraden van Mordechai zwijgt over haar afkomst. Terloops ontdekt Mordechai een aanslag op de koning; het wordt opgeschreven, en vergeten.

  2. Esther 3-5Hamans plan

    Haman wordt boven alle vorsten verheven, maar Mordechai weigert voor hem te buigen. Gekrenkt besluit Haman niet alleen Mordechai, maar zijn hele volk uit te roeien, en het lot, het pur, bepaalt de datum. Mordechai rouwt in zak en as en spoort Esther aan naar de koning te gaan. Na drie dagen vasten waagt zij haar leven, en nodigt ze de koning en Haman uit voor een maaltijd.

  3. Esther 6-7De omkering

    De koning kan niet slapen, laat zich uit de kronieken voorlezen en hoort hoe Mordechai ooit zijn leven redde. Juist dan komt Haman vragen om Mordechai op te hangen. In plaats daarvan moet hij Mordechai eer bewijzen, dwars door de stad. Op het tweede feestmaal wijst Esther Haman aan als de vijand, en hij wordt opgehangen aan de galg die hij voor Mordechai had laten maken.

  4. Esther 8-10Redding en Purim

    Een Perzische wet kan niet worden herroepen, dus komt er een tweede decreet: de Joden mogen zich verdedigen. Op de dertiende dag van de maand Adar keert het lot zich tegen wie hen wilden vernietigen. Mordechai en Esther stellen Purim in als jaarlijks feest van vreugde, met geschenken aan elkaar en gaven aan de armen. Het slot noemt Mordechai als tweede man na de koning, die het goede zocht voor zijn volk.

Kernthema's in Esther

Verborgen voorzienigheid

God wordt nergens genoemd, maar de toevalligheden stapelen zich op: een koninginnenkeuze, een ontdekte samenzwering, een slapeloze nacht (6:1), een bezoek op precies het verkeerde moment. De lezer leert kijken zoals het boek kijkt: achter het gewone verloop van de dingen werkt Iemand die Zijn volk niet loslaat.

Omkering

Het boek is opgebouwd uit omkeringen. Haman bedenkt eer voor zichzelf en moet die aan Mordechai geven; hij bouwt een galg en hangt er zelf aan; een dag van vernietiging wordt een dag van vreugde (9:1, 22). Zo laat het verhaal zien dat de machtigen niet het laatste woord hebben.

Moed en roeping

Esther heeft haar positie niet gezocht, maar moet beslissen wat ze ermee doet. Mordechai's vraag of zij niet juist voor zo'n tijd koningin is geworden (4:14), en haar besluit om te vasten en toch naar de koning te gaan (4:16), maken haar tot een voorbeeld van moed die uit geloof voortkomt.

Bekende gedeelten uit Esther

  • Hamans decreet

    Esther 3

    Een gekrenkte man, een geworpen lot en een wet die een heel volk ter dood veroordeelt.

  • Voor een tijd als deze

    Esther 4

    Mordechai's oproep aan Esther en haar besluit om na drie dagen vasten haar leven te wagen.

  • De slapeloze nacht

    Esther 6

    De koning laat de kronieken voorlezen, en het hele verhaal kantelt in één nacht zonder slaap.

  • Esther ontmaskert Haman

    Esther 7

    Op het tweede feestmaal noemt de koningin haar vijand bij name, recht tegenover de koning.

  • De instelling van Purim

    Esther 9

    Hoe een dag van dreiging een jaarlijks feest wordt, met gaven aan elkaar en aan de armen.

Esther in het geheel van de Bijbel

Haman wordt de Agagiet genoemd (3:1), en Mordechai is een Benjaminiet uit het geslacht van Kis (2:5). Veel uitleggers zien daarin een verwijzing naar de strijd tussen koning Saul, de zoon van Kis, en de Amalekitische koning Agag (1 Samuël 15), en naar Gods woord dat Amalek niet zou overwinnen (Exodus 17:14-16).

Het Nieuwe Testament citeert Esther niet, maar het thema van het boek klinkt er wel in door: God bewaart Zijn volk, zodat uit Israël de Verlosser kon voortkomen. Christelijke uitleggers wijzen erop dat, als Hamans plan was geslaagd, het volk waaruit Christus geboren zou worden, bedreigd was geweest. Esthers bereidheid om haar leven te wagen voor haar volk is een zwakke afschaduwing van Christus, die Zijn leven werkelijk gaf.

Studievragen bij Esther

  1. God wordt niet genoemd. Waar in het verhaal zie je toch sturing, en waaraan herken je die?

  2. Wat riskeert Esther precies in 4:16, en waarom vraagt ze om vasten?

  3. Welke omkeringen kun je opsommen? Maak een lijst van wat er precies omdraait.

Esther lezen

Lees Esther in één keer, zoals Joden het met Purim hardop voorlezen: het is een spannend verhaal met een strakke opbouw. Let bij een tweede lezing op de feestmaaltijden, want die geven het boek zijn structuur, en op elk moment waarop iets toevallig lijkt te gebeuren. Vraag je bij die momenten af: wie stuurt hier eigenlijk?

De 10 hoofdstukken van Esther

  1. Esther 1
  2. Esther 2
  3. Esther 3
  4. Esther 4
  5. Esther 5
  6. Esther 6
  7. Esther 7
  8. Esther 8
  9. Esther 9
  10. Esther 10

Of bestudeer alleen Esther 1

Lees verder na Esther