Bronnen

Christelijke gebeden

Gebeden · Gebed 10 van 15

Gebed voor kranken

Gebed voor kranke en aangevochtene menschen

Nadat men den kranke vermaand heeft, van wien de krankheden en allerhande ellendigheden komen, namelijk van God; en dat hare eerste oorzaak is de zonde, die door Christus wederom weggenomen wordt voor degenen die in Hem gelooven, en dat hem daarom alles ten beste moet dienen; zoo moet men ook voor hem bidden, naar de leering van Jacobus.

Eeuwige, barmhartige God en Vader, die de eeuwige zaligheid zijt der levenden, en het eeuwig leven der stervenden; naardien Gij dood en leven alleen in uwe hand hebt, en zonder ophouden alzoo voor ons zorgt, dat noch gezondheid, noch krankheid, noch eenig goed of kwaad, ons kan overkomen, ja geen haar van ons hoofd vallen, zonder uwen wil, en dat Gij ook voor uwe geloovigen alle dingen ten hunnen beste keert; wij bidden U, verleen ons de genade uws Heiligen Geestes, dat Hij ons leere onze ellendigheid recht te erkennen, en geduldig uwe kastijdingen te verdragen, die wij tienduizendmaal grooter verdiend hebben. Wij weten, dat zij ons niet zijn teekenen van uwen toorn, maar van uwe vaderlijke liefde jegens ons, opdat wij met de wereld niet veroordeeld worden. Vermeerder, o Heere, ons geloof, door uwen H. Geest, opdat wij Christus hoe langer hoe meer ingelijfd worden, als lidmaten hun geestelijk Hoofd, wien Gij ons in lijden en heerlijkheid gelijk maken wilt. Verlicht het kruis, naar hetgeen onze zwakheid verdragen kan. Wij onderwerpen ons ganschelijk aan uwen wil, hetzij dat Gij onze zielen langer in dezen tabernakel wilt laten, of tot U in het eeuwige leven nemen; overmits wij Christus' eigen zijn, en daarom niet kunnen vergaan. Wij willen gaarne dit zwakke vleesch verlaten in hope der zalige opstanding, waar ons datzelve veel heerlijker zal wedergegeven worden. Geef ons te gevoelen den zaligen troost van de vergeving der zonden, en van de rechtvaardigmaking van Christus, opdat wij met dat schild alle satans aanvechtingen overwinnen. Laat zijn onschuldig bloed de vlek en onreinigheid onzer zonden uitwisschen, en zijne gerechtigheid onze ongerechtigheid verantwoorden voor uw laatste oordeel. Wapen ons met geloof en hoop, opdat wij niet te schande worden door eenigen schrik des doods; en als onze lichamelijke oogen duister worden, dat alsdan de oogen des geestes op U zien. En als Gij ons het gebruik der tong benomen zult hebben, dat alsdan het hart niet ophoude U aan te roepen. O Heere, wij bevelen onze zielen in uwe handen; wil ons in onzen laatsten nood niet verlaten, en dat om Jezus' Christus' wille alleen, die ons alzoo heeft leeren bidden:

Onze Vader, die in de hemelen zijt;

Uw naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijksch brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

[Of aldus:]

[O almachtige, eeuwige en rechtvaardige God, en barmhartige Vader, Gij die een Heere des doods en des levens zijt, zonder wiens wil niets geschiedt, noch in den hemel, noch op de aarde; hoewel wij niet waardig zijn uwen naam aan te roepen, noch te hopen dat Gij ons zult verhooren, als wij aanzien, hoe wij tot nog toe onzen tijd doorgebracht hebben; wij bidden U, dat Gij naar uwe barmhartigheid ons wilt aanzien in het aangezicht van Jezus Christus, die al onze zwakheid op zich genomen heeft. Wij bekennen, dat er niets in ons is, dan genegenheid tot het booze, en onbekwaamheid tot eenig goed; waarom wij ook deze straf, ja nog veel meerder verdiend hebben. Maar, Heere, Gij weet, dat wij uw volk, en Gij onze God zijt; wij hebben tot niemand toevlucht, dan alleen tot uwe barmhartigheid, die Gij nooit iemand geweigerd hebt, die zich tot U bekeerd heeft. Dies bidden wij, dat Gij ons onze zonden niet wilt toerekenen, maar reken ons toe de wijsheid, gerechtigheid en heiligheid van Jezus Christus, opdat wij in Hem voor U bestaan mogen. Verlos ons om zijnentwille uit dit lijden, opdat de boozen niet denken, dat Gij ons verlaten hebt. En zoo het U belieft, ons langer alzoo te oefenen, zoo geef ons geduld en sterkte, zulks alles naar uwen wil te dragen, en laat het ons alles naar uwe wijsheid ten beste komen. Kastijd ons liever hier, dan dat wij hierna met de wereld zouden moeten verloren gaan. Geef ons, dat wij dezer wereld, en al wat aardsch is, mogen afsterven, opdat wij dagelijks naar het evenbeeld van Jezus Christus meer en meer vernieuwd worden. Laat ons door geen ding van uwe liefde gescheiden worden; maar trek ons dagelijks meer en meer tot U, opdat wij het einddoel onzer roeping met vreugde aanvaarden mogen, hetwelk is met Christus te sterven, te verrijzen, en in eeuwigheid te leven. Wij gelooven ook, dat Gij ons verhooren zult door Jezus Christus, die ons aldus heeft leeren bidden;

Onze Vader, die in de hemelen zijt;

Uw naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijksch brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Sterk ons ook in het rechte geloof, hetwelk wij van harte en met den mond belijden;

Ik geloof in God den Vader, den Almachtige. Schepper des hemels en der aarde.

En in Jezus Christus, zijnen eeniggeborenen Zoon, onzen Heere; die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de dooden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; van waar Hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden.

Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof eene heilige, algemeene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleesches; en een eeuwig leven.]