Gebeden · Gebed 12 van 15
Avondgebed
Het Avondgebed
O barmhartige God, eeuwig licht, schijnende in de duisternis, Gij die den nacht der zonden en alle blindheid des harten verdrijft; naardien Gij den nacht verordend hebt om te rusten, gelijk den dag om te arbeiden; zoo bidden wij U, geef dat onze lichamen in vrede en stilheid rusten, opdat zij daarna bekwaam mogen zijn den arbeid, dien zij dragen moeten, door te staan. Matig onzen slaap, dat die niet onordelijk zij, opdat wij aan lichaam en ziele onbevlekt mogen blijven, ja dat onze slaap zelfs geschiede tot uwe eere. Verlicht de oogen van ons verstand, opdat wij in den dood niet ontslapen, maar altijd verwachten onze verlossing uit deze ellendigheid. Bescherm ons ook tegen alle aanvechting des duivels, ons in uw heilig geleide nemende. En naardien wij dezen dag niet doorgebracht hebben, zonder tegen U grootelijks gezondigd te hebben, zoo bidden wij U, wil onze zonden bedekken door uwe barmhartigheid, gelijk Gij alle dingen op aarde met de duisternis des nachts bedekt, opdat wij daarom van uw aanschijn niet verstooten worden. Geef ook rust en troost aan alle kranken, bedroefden, en aangevochtene harten, door onzen Heere Jezus Christus, die ons alzoo heeft leeren bidden:
Onze Vader, die in de hemelen zijt;
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijksch brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.
Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.