Gebeden · Gebed 15 van 15
Gebed vóór de vergadering der Diakenen
Een gebed vóór de vergadering der Diakenen
[Barmhartige God en Vader, Gij die niet alleen ons gezegd hebt, dat wij altijd armen bij ons hebben zullen, maar ook hebt bevolen hen bij te staan, en tot dat einde in uwe gemeente ingesteld hebt den dienst der Diakenen, door welke zij geholpen zouden kunnen worden; nademaal wij, die in deze gemeente tot het ambt van Diakenen geroepen zijn, alhier thans in uwen naam zijn vergaderd, om van onze bediening met malkanderen te spreken; zoo bidden wij U ootmoediglijk, om Jezus' Christus' wille, dat Gij bij ons wilt wezen met den Geest der onderscheiding, ten einde wij goed onderscheid mogen maken tusschen de rechte armen en de onrechte; en dat wij, met alle blijmoedigheid en getrouwigheid, de aalmoezen, die door ons verzameld zijn, aan een iegelijk uitdeelen naar eisch van zijnen nood, niet ongetroost latende de behoeftige ledematen van uwen lieven Zoon, ook niet gevende dengenen, die het niet noodig hebben. Ontsteek de harten der menschen met eene vurige liefde tot de armen, opdat zij milde handreiking doen van hunne tijdelijke goederen, waarover Gij hen tot rentmeesters hebt gesteld; en dat wij, de middelen in handen hebbende om de behoeftigen te helpen, ons ambt getrouwelijk, zonder verdriet, en met onbekrompen hart mogen bedienen. Verleen ons mede de gaven, om niet alleen met de uiterlijke gifte, maar ook met uw heilig Woord, de ellendigen te vertroosten. En aangezien de mensch niet alleen van brood leeft, maar van alle woord dat uit uwen mond komt, zoo wil ook uwen zegen uitstrekken over onze uitdeeling, en het brood der armen vermenigvuldigen, opdat zij en wij oorzaak mogen hebben, om U te loven en te danken; verwachtende de zalige komst van uwen lieven Zoon Jezus Christus, die om onzentwille arm geworden is, om ons rijk te maken in der eeuwigheid. Amen.]