Gebeden · Gebed 3 van 15
Gebed na de Predikatie
Een gebed voor allen nood der Christenheid, om gebruikt te worden op den rustdag na de eerste Predikatie
Almachtige, barmhartige God, wij bekennen bij onszelven, en belijden voor U, gelijk het de waarheid is, dat wij niet waardig zijn onze oogen op te slaan ten hemel, en ons gebed voor U te brengen, indien Gij aanzien wilt onze verdiensten en waardigheid. Want onze consciëntiën beschuldigen ons, en onze zonden geven getuigenis tegen ons. Wij weten ook, dat Gij een rechtvaardig Rechter zijt, straffende de zonden dergenen, die uwe geboden overtreden. Maar, o Heere, naardien Gij ons bevolen hebt, U in allen nood aan te roepen, en uit uwe onuitsprekelijke barmhartigheid beloofd hebt, onze gebeden te verhooren, niet vanwege onze verdiensten, die geene zijn, maar om de verdienste van onzen Heere Jezus Christus, welken Gij ons tot eenen Middelaar en Voorspreker voorgesteld hebt; zoo verzaken wij alle andere hulpe, en hebben onze toevlucht alleen tot uwe barmhartigheid.
Eerstelijk, o Heere, wij belijden dat Gij ons zoo vele weldaden bewezen hebt, dat het ons onmogelijk is die te bedenken, veel minder uit te spreken; en inzonderheid dat Gij ons gevoerd hebt tot het licht uwer waarheid, en tot de kennis van uw heilig Evangelie. Daarentegen hebben wij door onze ondankbaarheid uwe weldaden vergeten; wij zijn van U afgeweken, en hebben onze eigene begeerlijkheden gevolgd, U niet eerende, gelijk wij schuldig waren. Dies hebben wij grootelijks gezondigd, en zoo Gij met ons in het gericht wildet treden, wij zouden niet anders hebben te verwachten dan den eeuwigen dood en verdoemenis. Maar, o Heere, aanschouw het aangezichte uws Gezalfden, en niet onze zonden, opdat uw toorn door zijn voorbidden gestild worde. Bekrachtig in ons de genade uws Geestes, die dagelijks meer en meer ons vleesch met alle zijne booze lusten doode, en ons vernieuwe tot een beter leven.
En overmits het U behaagt, dat men bidde voor alle menschen, zoo bidden wij U, dat Gij uwen zegen wilt geven over de leer van uw heilig Evangelie, opdat het overal verkondigd en aangenomen worde, opdat de gansche wereld vervuld worde met uwe zaligmakende kennis, opdat de onwetenden bekeerd, de zwakken gesterkt worden, en een iegelijk uwen heiligen naam, niet alleen met woorden, maar ook met de daad groot make en heilige. Wil tot dat einde getrouwe Dienaars in uwen oogst zenden, en die alzoo begaven, dat zij hunnen dienst getrouwelijk mogen bedienen. Daarentegen wil uitroeien alle valsche leeraars, grijpende wolven en huurlingen, die hunne eigene eere en nuttigheid zoeken, en niet de eere uws heiligen naams alleen, noch der arme menschen welvaart en zaligheid.
Wil ook uwe Christelijke gemeenten, die Gij overal geroepen hebt, genadiglijk bewaren en regeeren, in eenigheid des waarachtigen geloofs en Godzaligheid des levens, opdat uw rijk dagelijks moge toenemen, en des satans rijk te schande worde, totdat uw rijk volkomen worde, als Gij alles zijn zult in allen.
Wij bidden U ook voor de wereldrijke Regeering: voor alle Koningen, Vorsten en Heeren ...... Maar inzonderheid bidden wij voor degenen die Gij over ons gesteld hebt: ........ Geef dat hunne regeering daartoe gericht zij, dat de Koning aller Koningen over hen en hunne onderdanen regeeren moge, en het rijk des duivels, hetwelk een rijk is van alle schandelijkheden en ongerechtigheden, door hen, als uwe dienaars, hoe langer hoe meer verstoord en te niete gemaakt worde, en dat wij onder hen een gerust en stil leven leiden mogen, in alle Godzaligheid en eerbaarheid.
Voorts bidden wij U voor alle onze medebroeders, die onder den Paus of Turk vervolging lijden. Wil hen met uwen Heiligen Geest troosten, en genadiglijk daaruit verlossen; en laat niet toe, dat de gedachtenis uws naams op aarde uitgeroeid worde, opdat de vijanden uwer waarheid zich niet beroemen tot uwe oneer en lastering. Maar indien het uw Goddelijke wil is, dat de gevangene Christenen met hunnen dood der waarheid getuigenis geven en uwen naam prijzen, zoo geef hun troost in hun lijden, dat zij zulks van uwe vaderlijke hand opnemen, en, daarin uwen wil volgende, standvastig blijven, hetzij in leven of in sterven, tot uwe eere, tot stichting uwer gemeente, en tot hunne zaligheid.
Wij bidden ook voor allen, die Gij kastijdt met armoede, gevangenis, krankheid des lichaams, of aanvechting naar den geest. Troost hen allen, o Heere, naar dat Gij weet, dat hun nood het vereischt. Geef dat hunne kastijding hun diene tot erkenning hunner zonden, en betering huns levens. Wil hun ook geven volstandige geduldigheid, verzoet hun lijden, en verlos hen eindelijk; opdat zij zich over uwe goedheid verblijden, en uwen naam eeuwiglijk prijzen. Troost ook alle weduwen en weezen, gelijk Gij hun Vader zijt. Wil alle bevruchte vrouwen, en die in barensnood zijn, eene goede verlossing geven, en de kranke kraamvrouwen oprichten. Wil in alle degenen, die krankzinnig zijn, vermeerderen de goede gaven des verstands, opdat zij die aanwenden tot grootmaking uws naams en stichting huns naasten.
Eindelijk, o Heere, wil ons en de onzen, mitsgaders alles wat ons aangaat, in uwe bescherming en bewaring nemen; voornamelijk die uitgereisd zijn te water en te land, in zorgelijke wegen, tot bevordering van uwe Kerke of de welvaart des Lands, of ook om hunne eigene eerlijke zaken. Zegen ook de vruchten der aarde, geef het daarvoor gunstige weder, en vruchtbaren wasdom; en geef dat wij in ons beroep naar uwen wil mogen leven, en de gaven, die wij van uwen zegen ontvangen, alzoo gebruiken, dat zij ons niet verhinderen, maar veel meer ons bevorderlijk zijn tot het eeuwige leven. Sterk ons ook in alle aanvechtingen, opdat wij in het geloof strijdende overwinnen mogen, en hiernamaals met Christus het eeuwige leven bezitten.
Om alle deze dingen bidden wij U, gelijkerwijs onze getrouwe Heere en Zaligmaker Jezus Christus zelf ons geleerd heeft:
Onze Vader, die in de hemelen zijt;
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijksch brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.
Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.
Wil ons sterken in het waarachtig Christelijk geloof, opdat wij daarin dagelijks meer en meer toenemen; waarvan wij belijdenis doen met mond en hart sprekende:
Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus, zijnen eeniggeborenen Zoon, onzen Heere; die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de dooden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; van waar Hij komen zal om te oordeelen de levenden en de dooden.
Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof eene heilige, algemeene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleesches; en een eeuwig leven.
Daarna besluit men de samenkomst der gemeente met den gewonen zegen aldus:
Verheft uwe harten tot God, en ontvangt den zegen des Heeren:
De HEERE zegene u, en behoede u;
De HEERE doe zijn aangezichte over u lichten, en zij u genadig;
De HEERE verheffe zijn aangezichte over u, en geve u vrede; Amen.