Oude Testament · boek 38 van 66
Zacharia
Acht nachtvisioenen en een koning die op een ezel komt.
- Genre
- Kleine profeten
- Omvang
- 14 hoofdstukken
- Kernverzen
- Zacharia 3:4 · Zacharia 4:6 · Zacharia 9:9 · Zacharia 12:10
Waar gaat Zacharia over?
Zacharia gaat over Gods terugkeer naar Jeruzalem na de ballingschap. In visioenen en profetieën bemoedigt de profeet het volk bij de herbouw van de tempel, en hij kijkt vooruit naar een nederige Koning, een verworpen Herder en de dag waarop de HEERE Koning is over de hele aarde.
Zacharia werkt naast Haggaï aan hetzelfde doel - de tempel moet af - maar met heel andere middelen. Waar Haggaï nuchter aanspoort, krijgt Zacharia acht nachtvisioenen achter elkaar: ruiters tussen de mirten, hoorns en smeden, een man met een meetsnoer, een vliegende boekrol, een vrouw in een efa.
Het bekendste is het vierde: de hogepriester Josua staat in vuile klederen voor de engel, de satan staat rechts van hem om hem aan te klagen, en hij krijgt schone klederen aan. Het vijfde levert de zin op die generaties heeft gedragen: 'niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden'.
De tweede helft van het boek is anders van toon en bevat de teksten die de evangeliën het meest aanhalen bij de laatste week van Jezus: de koning die rijdt op een ezelsveulen, de dertig zilverstukken, de herder die geslagen wordt, en 'zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben'.
Wie schreef Zacharia?
Zacharia, de zoon van Berechja en kleinzoon van Iddo (1:1), een tijdgenoot van Haggaï. Of hij ook de hoofdstukken 9-14 schreef, is onder uitleggers omstreden.
Zacharia kwam waarschijnlijk uit een priesterfamilie: een Iddo wordt genoemd onder de priesters die met Zerubbabel terugkeerden (Nehemia 12:4 en 16). De hoofdstukken 9-14 hebben geen data en een andere stijl. Veel critici schrijven ze daarom toe aan een of meer latere profeten. Anderen, onder wie de meeste orthodoxe uitleggers, zien ze als later werk van Zacharia zelf. Dat Mattheüs 27:9 een woord uit hoofdstuk 11 met Jeremia verbindt, maakt de discussie nog ingewikkelder.
Wanneer is Zacharia geschreven?
De gedateerde delen vallen tussen 520 en 518 v.Chr. (1:1; 1:7; 7:1). De ongedateerde hoofdstukken 9-14 zijn later; hoeveel later is omstreden.
Zacharia begon twee maanden nadat Haggaï zijn eerste boodschap bracht, in het tweede jaar van koning Darius. De teruggekeerde gemeenschap was klein en arm, het tempelwerk was pas hervat, en velen vroegen zich af of God nog wel met Jeruzalem verder wilde. Zacharia antwoordt met beelden van een God die terugkeert naar Zijn stad. De vraag over vasten in hoofdstuk 7 laat zien dat de herinnering aan de verwoesting van 586 v.Chr. nog vers was.
Opbouw van Zacharia
Zacharia 1-6Acht nachtvisioenen
Na een oproep tot bekering ziet Zacharia in één nacht acht visioenen. Samen vertellen ze één verhaal: God heeft Jeruzalem niet vergeten, Hij oordeelt de volken die Zijn volk verstrooiden, Hij reinigt de hogepriester en sterkt de leiders, en Hij verwijdert de zonde uit het land. Het blok sluit met een tekenhandeling: Jozua de hogepriester wordt gekroond, met een woord over de Spruit die de tempel des HEEREN zal bouwen.
Zacharia 7-8Vasten en herstel
Een afvaardiging vraagt of het vasten om de verwoeste tempel moet doorgaan. Zacharia antwoordt eerst met een wedervraag: vastten jullie werkelijk voor God? Hij herinnert aan wat de profeten altijd vroegen: recht, trouw en barmhartigheid. Daarna volgt een reeks beloften van herstel, met oude mensen op de pleinen, spelende kinderen, en vreemdelingen die een Jood bij de slip van zijn kleed grijpen omdat God met hen is.
Zacharia 9-11Eerste last
De tweede helft van het boek begint met oordeel over de buurvolken en met de intocht van een Koning, rechtvaardig en nederig, rijdend op een ezelsveulen, die vrede spreekt tot de volken. Daarna volgt beeldspraak over herders: God stelt een goede herder aan over een kudde die ter slachting bestemd is, maar het volk waardeert hem op dertig zilverstukken, en die worden de pottenbakker toegeworpen.
Zacharia 12-14Tweede last
Jeruzalem wordt belegerd en door God gered. Dan stort God een Geest van genade en gebed uit, en het volk rouwt over Hem die zij doorstoken hebben. Een fontein gaat open tegen zonde en onreinheid, en de herder wordt geslagen, zodat de schapen verstrooid worden. Het slot beschrijft de dag des HEEREN: de Olijfberg splijt, levend water stroomt uit Jeruzalem, en alles, tot de bellen van de paarden, is aan de HEERE geheiligd.
Kernthema's in Zacharia
God keert terug naar Zijn volk
Het boek opent met de oproep: 'Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren' (1:3). De visioenen tonen een God die ijvert voor Jeruzalem (1:14), in haar midden wil wonen (hoofdstuk 2) en kleine beginnen niet veracht (4:10). Het werk slaagt niet door kracht of geweld, maar door Zijn Geest (4:6).
Reiniging van zonde
In het visioen over Jozua (hoofdstuk 3) neemt God de vuile klederen weg en kleedt Hij de hogepriester in feestgewaad: 'Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen.' Later belooft Hij een fontein tegen zonde en onreinheid (13:1). Zacharia laat zien dat herstel begint met vergeving.
De Koning en de Herder
De Messias verschijnt in dit boek in verrassende gestalten: de Spruit die de tempel bouwt (3:8; 6:12), de nederige Koning op een ezel (9:9), de verworpen Herder die op dertig zilverstukken geschat wordt (11:12-13), de doorstokene (12:10) en de geslagen Herder (13:7). Samen tekenen ze een Koning die door lijden heen regeert.
Bekende gedeelten uit Zacharia
Jozua in vuile klederen
Zacharia 3De aanklager wordt afgewezen en de hogepriester ontvangt schone klederen: een beeld van genade voor schuldigen.
Niet door kracht
Zacharia 4:6Het woord aan Zerubbabel dat Gods werk alleen door Gods Geest tot stand komt.
Pleinen vol leven
Zacharia 8:4-8Oude mensen met een stok in de hand en spelende kinderen: de belofte van een herstelde stad.
De Koning op een ezel
Zacharia 9:9De profetie die bij de intocht van Jezus in Jeruzalem wordt aangehaald (Mattheüs 21:5; Johannes 12:15).
De doorstokene
Zacharia 12:10-13:1Rouw om Hem die zij doorstoken hebben, en een geopende fontein tegen de zonde.
De HEERE Koning
Zacharia 14De dag des HEEREN, levend water uit Jeruzalem, en de HEERE als Koning over de hele aarde.
Zacharia in het geheel van de Bijbel
Weinig profeten worden in de lijdensgeschiedenis van Jezus zo vaak aangehaald als Zacharia. De intocht op de ezel (Mattheüs 21:5), de dertig zilverstukken (Mattheüs 27:9-10), de geslagen herder door wie de schapen verstrooid worden (Mattheüs 26:31) en de doorstokene naar wie men zal zien (Johannes 19:37; Openbaring 1:7) komen allemaal uit de hoofdstukken 9-14.
Ook Openbaring bouwt op Zacharia voort, met ruiters en paarden, de twee olijfbomen en kandelaars (Openbaring 11:4), en het levende water dat uit de stad stroomt. Het boek laat zien dat de herbouw van een bescheiden tempel deel is van een veel groter plan: God die in Christus Zijn volk reinigt en eens Koning zal zijn over de hele aarde.
Studievragen bij Zacharia
Wat gebeurt er in het visioen over Josua, en wie doet daarin het werk?
Zoek de plaatsen in de evangeliën waar Zacharia 9:9 en 12:10 worden aangehaald.
Wat betekent 4:6 in de context van een halfafgebouwde tempel?
Zacharia lezen
Lees de acht visioenen (1:7 tot 6:8) niet als losse raadsels, maar als één reeks, en vraag bij elk visioen: wat zegt dit over God en over Jeruzalem? Zacharia laat veel beelden uitleggen door de engel die met hem spreekt; let daarop. Lees daarna de hoofdstukken 9-14 met de evangeliën ernaast, vooral de verhalen over de laatste week van Jezus.