Oude Testament · boek 37 van 66
Haggaï
De tempel ligt in puin terwijl iedereen zijn eigen huis afwerkt.
- Schrijver
- De profeet Haggaï.
- Ontstaanstijd
- 520 v.Chr., precies gedateerd in het boek zelf.
- Genre
- Kleine profeten
- Omvang
- 2 hoofdstukken
Waar gaat Haggaï over?
Haggaï is het meest precies gedateerde boek van de Bijbel: vier godsspraken, elk met dag en maand, verspreid over vier maanden in het jaar 520 v.Chr. Het tempelwerk ligt dan al zestien jaar stil.
Zijn diagnose is kort. Het volk zegt dat de tijd nog niet gekomen is, terwijl het ondertussen zijn eigen huizen van gewelfd hout voorziet. Haggaï wijst op de misoogsten en de lege beurzen: 'gij zaait veel, en gij brengt weinig in'. Wie zijn prioriteiten omkeert, houdt niets over.
Wat opvalt is de reactie. Anders dan bij vrijwel elke andere profeet luistert het volk werkelijk: drieëntwintig dagen na de eerste godsspraak wordt het werk hervat. De tweede godsspraak troost de ouderen die de eerste tempel nog kenden en dit een schamel geheel vinden - de heerlijkheid van dit laatste huis zal groter zijn dan van het eerste.
Hoofdlijn van Haggaï
- 1Bouw het huisDe aanklacht over uitstel, en de hervatting van het werk.
- 2Drie godssprakenTroost voor wie de eerste tempel kende, een les over rein en onrein, en de belofte aan Zerubbabel.
Kernverzen
- Haggaï 1:4
- Haggaï 1:6
- Haggaï 2:10
Studievragen bij Haggaï
Waarom is 'de tijd is nog niet gekomen' zo'n herkenbare drogreden?
Wat is het verband dat Haggaï legt tussen de stilstand en de misoogsten?
Hoe troost hij de ouderen die de eerste tempel nog gezien hebben?
Lees Haggaï online
In de Statenvertaling en drie andere Nederlandse vertalingen, met commentaar en grondtekst ernaast. Een gratis account is genoeg.
Haggaï 1 openen