Oude Testament · boek 11 van 66
1 Koningen
Van Salomo's tempel naar een gespleten koninkrijk en de profeet die ertegenin gaat.
- Genre
- Geschiedenis
- Omvang
- 22 hoofdstukken
- Kernverzen
- 1 Koningen 3:9 · 1 Koningen 8:27 · 1 Koningen 18:21 · 1 Koningen 19:12
Waar gaat 1 Koningen over?
1 Koningen gaat over de bloeitijd van Salomo en de bouw van de tempel in Jeruzalem, en over de scheuring van het rijk die daarop volgt. In de tweede helft staat de profeet Elia tegenover koning Achab en de dienst van Baäl.
1 Koningen begint op het hoogtepunt. Salomo vraagt om een verstandig hart in plaats van om rijkdom, bouwt de tempel, en ontvangt de koningin van Scheba die verbijsterd achterblijft. Het is de kortste periode van glans in de hele geschiedenis van Israël.
Het houdt niet. Salomo's vele buitenlandse vrouwen brengen hun goden mee, en na zijn dood scheurt het rijk in tweeën: tien stammen in het noorden onder Jerobeam, Juda en Benjamin in het zuiden onder Rehabeam. Jerobeam zet twee gouden kalveren neer zodat niemand meer naar Jeruzalem hoeft, en dat wordt de standaardformule waarmee de rest van het boek noordelijke koningen beoordeelt.
De tweede helft wordt beheerst door Achab, Izebel en de profeet Elia. De confrontatie op de Karmel is het bekendste hoofdstuk, maar het aangrijpendste komt daarna: Elia onder de jeneverstruik, doodmoe, en God die hem niet in storm of vuur maar in een zacht suizen tegemoetkomt.
Wie schreef 1 Koningen?
1 Koningen noemt zijn schrijver niet. De joodse traditie (de Talmoed) schrijft de boeken der Koningen toe aan de profeet Jeremia; veel uitleggers spreken voorzichtiger over een onbekende profetische geschiedschrijver uit de tijd van de ballingschap.
De schrijver werkte met bronnen die hij zelf noemt, zoals het boek der geschiedenissen van Salomo (11:41) en de kronieken van de koningen van Israël en van Juda (14:19, 29). Zijn maatstaf is steeds dezelfde: diende de koning de HEERE alleen, of liet hij de afgoden en de hoogten staan? Omdat die maatstaf zo nauw aansluit bij Deuteronomium, spreken wetenschappers vaak van een deuteronomistische geschiedschrijving. Wie de schrijver ook was, hij schreef als profeet en niet als hofkroniekschrijver.
Wanneer is 1 Koningen geschreven?
1 en 2 Koningen kregen hun definitieve vorm tijdens de Babylonische ballingschap, na 561 v.Chr., het jaar waarin koning Jojachin werd vrijgelaten. De gebeurtenissen in 1 Koningen beslaan ruwweg de jaren 970 tot 850 v.Chr.
De eerste lezers zaten in Babel, zonder tempel en zonder koning. Voor hen was dit boek geen heimwee naar vroeger, maar een verklaring: hoe kon het rijk van Salomo zo diep vallen? Het antwoord ligt niet bij de macht van Assyrië of Babel, maar bij de ontrouw van koningen en volk. Toch houdt het boek hoop open. Salomo's gebed bij de inwijding rekent al met ballingen die in een ver land tot inkeer komen en naar deze plaats toe bidden (8:46-50).
Opbouw van 1 Koningen
1 Koningen 1-11Salomo
Salomo komt op de troon na een machtsstrijd met zijn broer Adonia en vraagt in Gibeon om wijsheid om het volk te richten. Die wijsheid blijkt bij twee vrouwen en één kind, zijn rijkdom bij het bezoek van de koningin van Scheba. Het hart van het blok is de tempel: zeven jaar bouwen, de ark in het heilige der heiligen, en een gebed dat ook de vreemdeling insluit. Maar op zijn oude dag trekken zijn vele vrouwen zijn hart naar andere goden.
1 Koningen 12-16De scheuring
Rehabeam weigert de zware lasten van zijn vader te verlichten en luistert naar zijn jonge raadgevers. Tien stammen gaan hun eigen weg met Jerobeam, die altaren bouwt in Dan en Bethel om zijn volk bij Jeruzalem vandaan te houden. Daarna volgen in het noorden korte koningschappen elkaar op, met samenzweringen en moorden, tot Omri de stad Samaria sticht en zijn zoon Achab koning wordt.
1 Koningen 17-19Elia
Onaangekondigd staat Elia voor Achab en kondigt droogte aan. God verzorgt hem via raven bij de beek Krith en via een heidense weduwe in Zarfath, wier zoon hij uit de dood terugkrijgt. Op de Karmel valt het vuur van de HEERE, maar kort daarna vlucht Elia voor Izebel. Op de Horeb krijgt hij geen verwijt, maar brood, rust, een zacht suizen en een nieuwe opdracht.
1 Koningen 20-22Achab
Achab wint twee veldslagen tegen Benhadad van Syrië, maar laat hem op eigen voorwaarden gaan. Voor de wijngaard van Naboth laat Izebel een onschuldige man stenigen, en Elia kondigt het oordeel aan; omdat Achab zich verootmoedigt, krijgt hij uitstel. In het laatste hoofdstuk spreekt Micha, de zoon van Jimla, als enige profeet de waarheid. Achab vermomt zich in de strijd en wordt toch getroffen door een pijl die in het wilde weg werd afgeschoten.
Kernthema's in 1 Koningen
Wijsheid als gave van God
Salomo's wijsheid is een gave, gevraagd in gebed (3:9-12), die zichtbaar wordt in rechtspraak, bestuur en kennis van planten en dieren (hoofdstuk 4). Het tragische is dat dezelfde wijze koning zijn hart laat wegtrekken (11:4). Wijsheid bewaart alleen wie de HEERE blijft vrezen.
God die woont bij Zijn volk
De tempel is het middelpunt van het boek. Salomo weet dat de hemel der hemelen God niet kan bevatten (8:27), en toch belooft God dat Zijn Naam, Zijn ogen en Zijn hart bij dit huis zullen zijn (9:3). Die nabijheid is genade, maar geen garantie: wie andere goden dient, verliest ook de tempel (9:6-9).
De HEERE alleen
Op de Karmel vraagt Elia hoe lang het volk nog op twee gedachten hinkt (18:21). Die vraag loopt door het hele boek: de kalveren van Jerobeam, de Baäl van Izebel, de hoogten in Juda. God laat Zich niet delen, en Hij houdt in Israël zevenduizend over die hun knieën niet voor Baäl gebogen hebben (19:18).
Bekende gedeelten uit 1 Koningen
Salomo vraagt om wijsheid
1 Koningen 3Een droom in Gibeon, een bescheiden gebed, en direct daarna het oordeel over het kind van twee vrouwen.
De inwijding van de tempel
1 Koningen 8De wolk vult het huis, en Salomo bidt voor zonde, droogte, oorlog, ballingschap en zelfs voor de vreemdeling.
Het rijk scheurt
1 Koningen 12Een koning die niet wil luisteren, en een nieuwe koning die gouden kalveren neerzet in Dan en Bethel.
De weduwe van Zarfath
1 Koningen 17Een meelpot die niet leeg raakt en een oliekruik die niet opraakt, bij een heidense vrouw buiten Israël.
Elia op de Karmel
1 Koningen 18Vierhonderdvijftig profeten van Baäl tegenover één profeet van de HEERE, en vuur uit de hemel op een doorweekt altaar.
Het zachte suizen
1 Koningen 19Na storm, aardbeving en vuur komt God in de stilte naar een uitgeputte Elia op de Horeb.
1 Koningen in het geheel van de Bijbel
1 Koningen is het vervolg op 2 Samuël en laat zien wat er terechtkomt van Gods belofte aan David (2 Samuël 7). De tempel van Salomo vervult een lijn die bij de tabernakel in Exodus begon. Kronieken vertelt dezelfde periode later opnieuw, voor de mensen die uit Babel terugkeerden.
Ook het Nieuwe Testament grijpt vaak op dit boek terug. Jezus zegt dat er meer dan Salomo is gekomen (Mattheüs 12:42) en spreekt over Zijn lichaam als de tempel (Johannes 2:19-21). Hij wijst op de weduwe van Zarfath om te laten zien dat Gods genade ook buiten Israël gaat (Lukas 4:25-26). Jakobus noemt Elia een mens van dezelfde bewegingen als wij, wiens gebed verhoord werd (Jakobus 5:17-18), en op de berg der verheerlijking staat Elia naast de Heere Jezus.
Studievragen bij 1 Koningen
Wat vraagt Salomo in 3:9, en waarom is dat volgens het boek de juiste vraag?
Waarom is Jerobeams besluit in hoofdstuk 12 zo bepalend voor alles wat volgt?
Vergelijk de Karmel (18) met de Horeb (19). Wat leert het contrast over hoe God werkt?
1 Koningen lezen
Lees 1 Koningen met een pen in de hand en noteer bij iedere koning twee dingen: hoe lang hij regeerde en welk oordeel de schrijver over hem geeft. Zo zie je het patroon van het boek vanzelf ontstaan. Lees de hoofdstukken 17 tot en met 19 daarentegen in één keer: de verhalen over Elia vormen één doorlopende vertelling en komen dan het best tot hun recht.