Bronnen

Kort Begrip der christelijke religie

Kort Begrip · Deel 4 van 4

Deel 3

Van de dankbaarheid

64

Aangezien wij alleen uit genade door Christus zalig worden, waarom moet gij nog goede werken doen?

Niet om den hemel daarmede te verdienen (hetwelk Christus gedaan heeft), maar omdat God mij zulks heeft geboden.

65

Waartoe dienen dan uwe goede werken?

Dat ik Gode daarmede dankbaarheid voor alle zijne weldaden bewijze, en Hij door mij geprezen worde; dat ik ook uit de goede werken, als uit de vruchten, van de echtheid van mijn geloof verzekerd zij; en dat mijn naaste daardoor gesticht en voor Christus gewonnen worde.

66

Zullen diegenen ook zalig worden, die geene goede werken doen?

Neen zij; want de Schrift zegt, dat geen onkuische, afgodendienaar, echtbreker, hoereerder, dief, geldgierige, dronkaard, lasteraar, noch roover, noch dergelijke, het Rijk Gods beërven zal, 1 Cor. VI: 9 en 10, tenzij dat zij zich tot God bekeeren.

67

Waarin bestaat de bekeering des menschen?

In een hartelijk leedwezen en vlieden van de zonden; en in een ernstigen lust, en doen van alle goede werken.

68

Wat zijn goede werken?

Alleen die uit waar geloof, naar de Wet Gods, Hem ter eere geschieden; en niet, die op menschen-inzettingen, of op ons goeddunken gegrond zijn.

69

Kunnen degenen, die tot God bekeerd zijn, de Wet Gods volkomenlijk houden?

Neen zij toch; maar ook de allerheiligsten, zoolang als zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid; doch alzoo, dat zij met een ernstig voornemen, niet alleen naar sommige, maar naar alle de geboden Gods beginnen te leven; gelijk zij ook den Heere geduriglijk bidden om dagelijks daarin toe te nemen.

70

Wien moeten wij hierom bidden?

Niet eenig schepsel, maar alleen God, die ons helpen kan, en om Jezus Christus' wille verhooren wil.

71

In wiens naam moeten wij God bidden?

Alleen in den naam van Christus, Joh. XVI: 23, en niet in den naam van eenigen heilige.

72

Om welke dingen moeten wij dezen God bidden?

Om alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft in het gebed, dat Hij ons zelf geleerd heeft.

73

Hoe luidt dat gebed?

Onze Vader, die in de hemelen zijt;

Uw naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijksch brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze.

Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

74

Wat begeert gij van God in dit gansche gebed?

Ten eerste, dat al wat dient tot Gods eer, bevorderd worde, en daarentegen geweerd, wat haar verhindert of zijnen wil wederstaat. Ten andere, dat Hij mij met alle nooddruft naar het lichaam verzorge, en naar de ziele mij beware voor alle kwaad, dat mij aan mijne zaligheid zoude kunnen schadelijk zijn.