Oude Testament · Poëzie en wijsheid
Job 16 - Statenvertaling
Hoofdstuk 16 van 42 in Job · 22 verzen
1Maar Job antwoordde en zeide:
2Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters.
3Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt?
4Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhopen, en zou ik over u met mijn hoofd schudden?
5Ik zou u versterken met mijn mond, en de beweging mijner lippen zou zich inhouden.
6Zo ik spreek, mijn smart wordt niet ingehouden; en houd ik op, wat gaat er van mij weg?
7Gewisselijk, Hij heeft mij nu vermoeid; Gij hebt mijn ganse vergadering verwoest.
8Dat Gij mij rimpelachtig gemaakt hebt, is tot een getuige; en mijn magerheid staat tegen mij op, zij getuigt in mijn aangezicht.
9Zijn toorn verscheurt, en Hij haat mij; Hij knerst over mij met Zijn tanden; mijn wederpartijder scherpt zijn ogen tegen mij.
10Zij gapen met hun mond tegen mij; zij slaan met smaadheid op mijn kinnebakken; zij vervullen zich te zamen aan mij.
11God heeft mij den verkeerde overgegeven, en heeft mij afgewend in de handen der goddelozen.
12Ik had rust, maar Hij heeft mij verbroken, en bij mijn nek gegrepen, en mij verpletterd; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit opgericht.
13Zijn schutters hebben mij omringd; Hij heeft mijn nieren doorspleten, en niet gespaard; Hij heeft mijn gal op de aarde uitgegoten.
14Hij heeft mij gebroken met breuk op breuk; Hij is tegen mij aangelopen als een geweldige.
15Ik heb een zak over mijn huid genaaid; ik heb mijn hoorn in het stof gedaan.
16Mijn aangezicht is gans bemodderd van wenen, en over mijn oogleden is des doods schaduw.
17Daar toch geen wrevel in mijn handen is, en mijn gebed zuiver is.
18O, aarde! bedek mijn bloed niet; en voor mijn geroep zij geen plaats.
19Ook nu, zie, in den hemel is mijn Getuige, en mijn Getuige in de hoogten.
20Mijn vrienden zijn mijn bespotters; doch mijn oog druipt tot God.
21Och, mocht men rechten voor een man met God, gelijk een kind des mensen voor zijn vriend.
22Want weinige jaren in getal zullen er nog aankomen, en ik zal het pad henengaan, waardoor ik niet zal wederkeren.
Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein.
Over Job 16
- Bijbelboek
- Job, boek 18 van 66
- Testament
- Oude Testament
- Genre
- Poëzie en wijsheid
- Plaats in het boek
- Hoofdstuk 16 van 42
Kruisverwijzingen bij Job 16
Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.
- Psalm 35:15bij vers 10
- Psalm 22:14bij vers 10
- Jesaja 50:6bij vers 10
- Psalm 22:8bij vers 4
- Psalm 109:25bij vers 4
- Job 10:17bij vers 8
- Job 13:24bij vers 9
- Psalm 35:16bij vers 9
- Klaagliederen 2:16bij vers 9
- Romeinen 1:9bij vers 19
- Hebreeën 5:7bij vers 20
- Prediker 6:10bij vers 21
Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).