Oude Testament · boek 6 van 66
Jozua
God geeft het beloofde land - en het volk moet kiezen wie het dient.
- Genre
- Geschiedenis
- Omvang
- 24 hoofdstukken
- Kernverzen
- Jozua 1:8-9 · Jozua 2:11 · Jozua 21:45 · Jozua 24:15
Waar gaat Jozua over?
Jozua gaat over de intocht van Israël in Kanaän onder leiding van Jozua, de opvolger van Mozes. Het boek vertelt over de verovering van het land, de verdeling ervan onder de twaalf stammen en de oproep aan het volk om alleen de HEERE te dienen.
Jozua vertelt hoe de belofte aan Abraham grond onder de voeten krijgt. Het volk trekt door de Jordaan zoals het door de Schelfzee trok, en de eerste stad die valt - Jericho - valt zonder dat er een muur wordt gebeukt.
Het boek is in drie delen te lezen: de intocht en de veroveringen (1-12), de verdeling van het land onder de stammen (13-21), en het slot waarin Jozua het volk voor een keuze stelt (22-24). Dat middendeel met zijn eindeloze grenslijsten lijkt saai, maar het is het bewijsstuk: wat beloofd was, is uitgemeten en toegewezen.
Jozua is ook een lastig boek, want de verovering gaat gepaard met geweld dat moderne lezers doet terugdeinzen. Wie het serieus bestudeert, laat die vragen staan in plaats van ze weg te poetsen, en let op hoe het boek zelf de nadruk legt: niet op de kracht van Israël, maar op wat God geeft, en op Rachab en de Gibeonieten, buitenstaanders die erbij gaan horen.
Wie schreef Jozua?
Het boek noemt geen schrijver voor het geheel. De joodse traditie schrijft het grootste deel toe aan Jozua zelf, die volgens 24:26 woorden in het wetboek van God opschreef.
Het verslag van de dood en begrafenis van Jozua (24:29-33) moet door een ander zijn toegevoegd. Uitdrukkingen als 'tot op dezen dag' wijzen op enige afstand tot de gebeurtenissen, al zegt het boek ook dat Rachab nog in Israël woonde (6:25). Veel moderne onderzoekers zien Jozua als deel van een groter geschiedwerk van Jozua tot en met Koningen, dat rond de ballingschap zijn vorm kreeg.
Wanneer is Jozua geschreven?
De gebeurtenissen volgen direct op de dood van Mozes: volgens de traditionele datering rond 1400 v.Chr., volgens anderen in de 13e eeuw v.Chr. De traditie laat het boek kort daarna ontstaan; critici denken aan de 7e of 6e eeuw v.Chr.
Kanaän was in die tijd een lappendeken van stadstaten met elk een eigen koning, zoals de lijst van eenendertig verslagen koningen laat zien (hoofdstuk 12). Hoe de verovering precies verliep en wat de archeologie daarover zegt, is onder onderzoekers omstreden. Ook het boek zelf erkent dat er nog veel land over was om in bezit te nemen (13:1). De eerste lezers moesten weten wat ze van God hadden gekregen, en wat Hij van hen vroeg.
Opbouw van Jozua
Jozua 1-5De intocht
God spreekt Jozua moed in: zoals Hij met Mozes was, zal Hij met hem zijn (1:5). Twee verspieders worden in Jericho verborgen door Rachab, die belijdt dat de HEERE God is boven in de hemel en beneden op de aarde (2:11). De Jordaan wijkt zodra de priesters met de ark erin stappen, en twaalf stenen blijven als gedenkteken achter. Bij Gilgal worden de mannen besneden, wordt Pascha gevierd en houdt het manna op.
Jozua 6-12De veroveringen
Jericho valt na zeven dagen zwijgend rondtrekken en het geschal van ramshoorns. Bij Ai gaat het mis omdat Achan buit heeft verborgen, en pas na zijn ontmaskering volgt de overwinning. De Gibeonieten weten met oude kleren en beschimmeld brood een verbond los te krijgen. In een lange strijddag staan zon en maan stil, en daarna volgen veldtochten naar het zuiden en het noorden.
Jozua 13-21De verdeling
Het land wordt door het lot onder de stammen verdeeld, met grenzen en steden tot in detail. Kaleb, inmiddels vijfentachtig jaar, vraagt het bergland van Hebron en krijgt het. Zes vrijsteden bieden bescherming aan wie onopzettelijk iemand doodde, en de Levieten krijgen steden verspreid over het hele land. Het deel sluit met de vaststelling dat geen enkel goed woord van God onvervuld bleef (21:45).
Jozua 22-24Afscheid en keuze
De stammen ten oosten van de Jordaan bouwen een altaar dat bijna tot een burgeroorlog leidt, tot blijkt dat het als getuige bedoeld is en niet als concurrent. Jozua houdt twee afscheidsredes. In Sichem legt hij het volk de keuze voor wie het wil dienen en sluit hij een verbond. Het boek eindigt met drie graven: van Jozua, van Jozef en van de priester Eleazar.
Kernthema's in Jozua
God geeft het land
Het land is in Jozua geen buit die Israël zelf verovert, maar een geschenk: God zegt dat Hij het hun gegeven heeft (1:3; 6:2). De overwinningen komen van de HEERE, die voor Israël strijdt (10:14; 23:3). Het slot beaamt dat God al Zijn beloften heeft gehouden (21:43-45; 23:14).
Gehoorzaamheid en trouw
Succes hangt in dit boek niet af van legermacht, maar van trouw aan Gods woord. Jozua moet het wetboek dag en nacht overlezen (1:8). Bij Ai blijkt hoe de ongehoorzaamheid van één man het hele volk raakt (hoofdstuk 7), en in Sichem moet het volk zelf kiezen wie het dient (24:15).
Buitenstaanders die erbij gaan horen
Rachab uit Jericho en de Gibeonieten horen bij de volken die verdreven zouden worden, maar worden gespaard en opgenomen. Tegelijk wordt Achan, een Israëliet uit de stam Juda, zelf getroffen door het oordeel. Het boek laat zien dat bij het volk van God horen uiteindelijk niet op afkomst draait, maar op de houding tegenover de HEERE.
Bekende gedeelten uit Jozua
Wees sterk en heb goeden moed
Jozua 1:1-9Gods opdracht aan Jozua na de dood van Mozes, met de belofte dat Hij hem niet zal begeven of verlaten.
Rachab en de verspieders
Jozua 2Een vrouw in Jericho kiest voor de God van Israël en hangt een snoer van scharlaken draad uit haar venster.
Door de Jordaan
Jozua 3-4De rivier wijkt voor de ark, en twaalf stenen worden een gedenkteken voor de kinderen die later vragen wat ze betekenen.
De val van Jericho
Jozua 6Zeven dagen rondgaan, bazuinen van ramshoorns en een muur die op de zevende dag instort.
Zon en maan staan stil
Jozua 10:1-15Tijdens de strijd bij Gibeon bidt Jozua, en de dag wordt verlengd tot de overwinning beslist is.
De keuze in Sichem
Jozua 24Kiest u heden, wien gij dienen zult: Jozua kiest voor zichzelf en zijn huis voor de HEERE (24:15).
Jozua in het geheel van de Bijbel
Jozua is de brug tussen de boeken van Mozes en de geschiedenis van Israël in het land. Het laat zien hoe de belofte aan Abraham (Genesis 15:18-21) werkelijkheid wordt, en tegelijk dat het werk niet af is: Richteren begint met wat nog niet veroverd was.
Jozua draagt dezelfde naam als Jezus. In het Grieks is het één naam, die betekent dat de HEERE redt; in Hebreeën 4:8 staat in het Grieks dan ook de naam Jezus waar Jozua bedoeld is. Die tekst merkt op dat Jozua het volk niet de uiteindelijke rust kon geven: die rust ligt nog open voor wie gelooft. Rachab staat in het geslachtsregister van Jezus (Mattheüs 1:5) en wordt geprezen om haar geloof (Hebreeën 11:31) en haar daden (Jakobus 2:25).
Studievragen bij Jozua
Wat krijgt Jozua in hoofdstuk 1 als opdracht mee, en hoe vaak wordt 'wees sterk en heb goeden moed' herhaald?
Rachab en Achan staan vlak bij elkaar in het boek. Wat zegt die volgorde?
Wat maakt de keuze in 24:15 scherp, gezien wat het volk op dat moment al bezit?
Jozua lezen
Lees eerst hoofdstuk 1-11 en 22-24 in één keer; daar zit het verhaal. Blader daarna met een bijbelkaart door hoofdstuk 13-21 en zoek plaatsen op die later terugkomen, zoals Hebron, Silo en Sichem. Worstel je met het geweld in het boek, lees dan ook Genesis 15:16 en Deuteronomium 9:4-5, waar het oordeel over de Kanaänieten in verband wordt gebracht met hun eigen goddeloosheid.