Oude Testament · Poëzie en wijsheid
Job 32 - Statenvertaling
Hoofdstuk 32 van 42 in Job · 22 verzen
1Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.
2Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde dan God.
3Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden.
4Doch Elihu had gewacht op Job in het spreken, omdat zij ouder van dagen waren dan hij.
5Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn.
6Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheel, den Buziet, en zeide: Ik ben minder van dagen, maar gijlieden zijt stokouden; daarom heb ik geschroomd en gevreesd, ulieden mijn gevoelen te vertonen.
7Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven.
8Zekerlijk de geest, die in den mens is, en de inblazing des Almachtigen, maakt henlieden verstandig.
9De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.
10Daarom zeg ik: Hoor naar mij; ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
11Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden; ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht hadt.
12Als ik nu acht op u gegeven heb, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die uit ulieden zijn redenen beantwoordde;
13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.
14Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.
15Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer; zij hebben de woorden van zich verzet.
16Ik heb dan gewacht, maar zij spreken niet; want zij staan stil; zij antwoorden niet meer.
17Ik zal mijn deel ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen.
18Want ik ben der woorden vol; de geest mijns buiks benauwt mij.
19Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten.
20Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.
21Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike!
22Want ik weet geen bijnamen te gebruiken; in kort zou mijn Maker mij wegnemen.
Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein.
Over Job 32
- Bijbelboek
- Job, boek 18 van 66
- Testament
- Oude Testament
- Genre
- Poëzie en wijsheid
- Plaats in het boek
- Hoofdstuk 32 van 42
Kruisverwijzingen bij Job 32
Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.
- Job 33:4bij vers 8
- Job 38:36bij vers 8
- 2 Timotheüs 3:16bij vers 8
- Job 15:10bij vers 6
- Spreuken 16:31bij vers 7
- Mattheüs 11:25bij vers 9
- Leviticus 19:15bij vers 21
- Genesis 22:21bij vers 2
- Job 12:12bij vers 7
- Job 12:20bij vers 9
- Prediker 4:13bij vers 9
- Psalm 39:4bij vers 18
Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).