Oude Testament · Grote profeten

Ezechiël 15 - Statenvertaling

Hoofdstuk 15 van 48 in Ezechiël · 8 verzen

1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

2Mensenkind, wat is het hout des wijnstoks meer dan alle hout, of de wijnrank meer dan dat onder het hout eens wouds is?

3Wordt daarvan hout genomen, om een stuk werk te maken? Neemt men daarvan een pin, om enig vat daaraan te hangen?

4Ziet, het wordt aan het vuur overgegeven, opdat het verteerd worde; het vuur verteert beide zijn einden, en zijn middelste wordt verbrand; zou het deugen tot een stuk werks?

5Ziet, toen het geheel was, werd het tot geen stuk werks gemaakt; hoeveel te min als het vuur dat verteerd heeft, zodat het verbrand is, zal het dan nog tot een stuk werks gemaakt worden?

6Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Gelijk als het hout des wijnstoks is onder het hout des wouds, hetwelk Ik aan het vuur overgeef, opdat het verteerd worde, alzo zal Ik de inwoners van Jeruzalem overgeven.

7Want Ik zal Mijn aangezicht tegen hen zetten; als zij van het ene vuur uitgaan, zal het andere vuur hen verteren; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn aangezicht tegen hen gesteld zal hebben.

8En Ik zal het land woest maken, omdat zij zwaarlijk overtreden hebben, spreekt de Heere HEERE.

Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein.

Over Ezechiël 15

Bijbelboek
Ezechiël, boek 26 van 66
Testament
Oude Testament
Genre
Grote profeten
Plaats in het boek
Hoofdstuk 15 van 48
hfst. 4-24Dit hoofdstuk hoort bij: Oordeel over JeruzalemTekenhandelingen, het vertrek van Gods heerlijkheid en de aanklacht.

Kruisverwijzingen bij Ezechiël 15

Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.

Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).

Verder lezen