Oude Testament · Poëzie en wijsheid
Spreuken 13 - Statenvertaling
Hoofdstuk 13 van 31 in Spreuken · 25 verzen
1Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet.
2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.
3Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.
4De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.
5De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.
6De gerechtigheid bewaart den oprechte van weg; maar de goddeloosheid zal den zondaar omkeren.
7Er is een, die zichzelven rijk maakt, en niet met al heeft, en een, die zichzelven arm maakt, en heeft veel goed.
8Het rantsoen van ieders ziel is zijn rijkdom; maar de arme hoort het schelden niet.
9Het licht der rechtvaardigen zal zich verblijden; maar de lamp der goddelozen zal uitgeblust worden.
10Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.
11Goed, van ijdelheid gekomen, zal verminderd worden; maar die met de hand vergadert, zal het vermeerderen.
12De uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens.
13Die het woord veracht, die zal verdorven worden; maar wie het gebod vreest, dien zal vergolden worden.
14Des wijzen leer is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.
15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.
16Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.
17Een goddeloze bode zal in het kwaad vallen; maar een trouw gezant is medicijn.
18Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.
19De begeerte, die geschiedt, is zoet voor de ziel; maar het is den zotten een gruwel van het kwade af te wijken.
20Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.
21Het kwaad zal de zondaars vervolgen; maar den rechtvaardige zal men goed vergelden.
22De goede zal zijner kinders kinderen doen erven; maar het vermogen des zondaars is voor de rechtvaardige weggelegd.
23Het ploegen der armen geeft veelheid der spijze; maar daar is een, die verteerd wordt door gebrek van oordeel.
24Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.
25De rechtvaardige eet tot verzadiging zijner ziel toe; maar de buik der goddelozen zal gebrek hebben.
Bijbeltekst: Statenvertaling, publiek domein.
Over Spreuken 13
- Bijbelboek
- Spreuken, boek 20 van 66
- Testament
- Oude Testament
- Genre
- Poëzie en wijsheid
- Plaats in het boek
- Hoofdstuk 13 van 31
Kruisverwijzingen bij Spreuken 13
Andere bijbelteksten die over hetzelfde spreken, de meest genoemde eerst.
- 1 Corinthiërs 15:33-34bij vers 20
- Prediker 2:26bij vers 22
- Spreuken 15:31bij vers 20
- Spreuken 9:6bij vers 20
- Spreuken 21:23bij vers 3
- Job 27:16-17bij vers 22
- Spreuken 28:8bij vers 22
- Spreuken 18:21bij vers 3
- Spreuken 18:7bij vers 3
- Spreuken 29:17bij vers 24
- Spreuken 23:13-14bij vers 24
- Johannes 16:22bij vers 12
Kruisverwijzingen: OpenBible.info (CC BY), bewerkt: gefilterd en omgezet naar de versnummering van deze vertaling. Versnummering via STEPBible TVTMS (CC BY 4.0).